ECLI:NL:RBDHA:2025:23581
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verantwoordelijkheid Spanje
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. De verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. R.S. Frickus, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie, vertegenwoordigd door mr. R.A. Mandersloot, had echter besloten om deze aanvraag niet in behandeling te nemen, met als argument dat Spanje verantwoordelijk was voor de behandeling van de asielaanvraag.
De verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 december 2025 behandeld, samen met een andere zaak (NL25.56385). In de uitspraak van dezelfde dag in die andere zaak is besloten dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was, wat de voorzieningenrechter ertoe bracht om het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen.
De voorzieningenrechter heeft ook overwogen dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, in aanwezigheid van griffier S.N. Lekatompessij, en is openbaar gemaakt op 9 december 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.