Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.S. Frickus),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
8675/15 and 8697/15.
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Den Haag het beroep van eiser, een Libanese nationaliteit hebbende persoon, tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister heeft dit besluit genomen op basis van de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijk land is aangewezen voor de behandeling van de asielaanvraag. Eiser heeft op 18 november 2025 zijn aanvraag ingediend, maar de minister heeft deze niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is. Eiser heeft zijn beroep op 2 december 2025 behandeld in de rechtbank, maar was niet aanwezig. De rechtbank heeft de argumenten van eiser beoordeeld, waaronder claims over de slechte omstandigheden voor asielzoekers in Spanje en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank concludeert dat de minister in zijn algemeenheid mag uitgaan van dit beginsel en dat eiser niet voldoende bewijs heeft geleverd dat zijn overdracht aan Spanje zou leiden tot een schending van zijn rechten onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en kan in hoger beroep gaan tegen deze uitspraak.