Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden heeft beslist op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 3 januari 2024.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn heeft overschreden, mede doordat de minister aanvankelijk de beslistermijn had verlengd op basis van een beleidsregel die later werd ingetrokken. Eiseres heeft de minister op 20 mei 2025 schriftelijk in gebreke gesteld, waarna zij terecht beroep heeft ingesteld.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken na dagtekening van de uitspraak vast, waarbij de minister een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, moet betalen bij overschrijding. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier J.M. Pattynama en is op 31 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.