Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 21 juli 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om aanhouding van het beroep af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. Ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling is het beroep ontvankelijk vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van €250 per dag, met een maximum van €37.500, die ingaat na het verbeuren van een eerdere dwangsom. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka op 31 oktober 2025.