ECLI:NL:RBDHA:2025:2361
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsbeperkende maatregel voor vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, is door de minister een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland. De maatregel verplicht haar om te verblijven in een gezinslocatie in de gemeente Emmen, waar zij en haar dochtertje opvang kunnen ontvangen.
Eiseres voert aan dat terugkeer naar Italië niet mogelijk is vanwege ontbrekende bevestiging van terugname door Italiaanse autoriteiten en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar persoonlijke omstandigheden, zoals haar rol als primaire verzorgende ouder en haar binding met Amsterdam. Ook stelt zij dat de minister onzorgvuldig heeft gemotiveerd waarom een lichtere maatregel niet volstaat.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen rechtmatig verblijf meer heeft en daardoor ook geen recht op opvang en voorzieningen vanuit het COA. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de maatregel noodzakelijk is in het belang van de openbare orde en dat de plaatsing in de VBL-gezinslocatie passend is, mede omdat het verblijf toezicht op het vertrekproces mogelijk maakt en opvang biedt. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en afgewezen.