In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 11 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn asielaanvraag behandeld. Eiser, een Eritreese nationaliteit, heeft op 6 april 2025 een asielaanvraag ingediend, maar deze werd op 10 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank behandelt zowel het beroep als het verzoek om een voorlopige voorziening gezamenlijk op 27 november 2025. Eiser stelt dat hij in Italië geen internationale bescherming meer heeft en dat zijn asielstatus daar verlopen is. Hij wijst op structurele tekortkomingen in de opvang van statushouders in Italië en vreest voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM bij terugkeer. De rechtbank oordeelt dat de minister niet zonder meer kan aannemen dat eiser nog over een asielstatus in Italië beschikt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om binnen 12 weken opnieuw op de asielaanvraag van eiser te beslissen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat er geen aanleiding meer voor is. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van in totaal €2.721,- aan de gemachtigde van eiser.