Eiser, een Eritrese staatsburger, diende op 6 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag op 10 oktober 2025 niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming zou genieten in Italië, gebaseerd op een document uit 2016 en een Dublinclaim die door Duitsland werd afgewezen.
Eiser voerde aan dat de status in Italië mogelijk verlopen is, dat hij vanwege zijn diabetes als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt en dat Italië structurele tekortkomingen kent in de opvang van statushouders, waardoor terugkeer onevenredig en onveilig zou zijn. Verweerder handhaafde het besluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet zonder meer mocht aannemen dat eiser nog bescherming geniet in Italië, omdat de gebruikte informatie verouderd was en Eurodac-resultaten dit niet bevestigden. Verweerder had een vergewisplicht om nader onderzoek te doen naar de actuele verblijfsstatus van eiser in Italië.
Daarom is het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet binnen 12 weken opnieuw op de aanvraag beslissen. Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.