ECLI:NL:RBDHA:2025:23616
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens termijnoverschrijding
Eiseres, van Colombiaanse nationaliteit, diende op 26 april 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. De minister wees deze aanvraag op 26 februari 2025 in de verlengde procedure af als ongegrond, omdat de door eiseres aangevoerde problemen met schuldeisers na het overlijden van haar vader niet geloofwaardig werden geacht en er geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Colombia werd vastgesteld.
Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing, maar de rechtbank constateerde dat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 27 maart 2025, terwijl de termijn tot 26 maart 2025 liep. De gemachtigde voerde aan dat de overschrijding van 45 minuten te wijten was aan drukte en late ontdekking van de termijnoverschrijding, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende als verschoonbare omstandigheden.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin is bepaald dat professionele rechtsbijstandverlener verantwoordelijk is voor het bewaken van termijnen, tenzij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden aanwezig zijn, welke hier niet zijn gebleken. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is er geen inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag gegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.