Eiser, een Wit-Russische nationaliteit dragende man, diende zijn vijfde asielaanvraag in Nederland in, die door verweerder werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing en concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser geen risico op vervolging of ernstige schade zou lopen bij terugkeer naar Wit-Rusland.
De rechtbank nam het asielrelaas van eiser serieus, waarin hij stelde dat de situatie voor LHBTI’ers in Wit-Rusland is verslechterd, mede door een wetswijziging die bezit van LHBTI-gerelateerde afbeeldingen strafbaar stelt. Daarnaast is eiser psychisch kwetsbaar en heeft hij langdurig buiten Wit-Rusland verbleven, wat hem vatbaar maakt voor extra ondervraging.
Verweerder had erkend dat de situatie voor LHBTI’ers zorgelijk is, maar vond dat er geen nieuwe relevante elementen waren en dat eiser geen politieke activiteiten verricht die vervolging zouden rechtvaardigen. De rechtbank volgde dit standpunt slechts deels en oordeelde dat de combinatie van homoseksualiteit, kwetsbaarheid en veranderde omstandigheden voldoende risico inhoudt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.