ECLI:NL:RBDHA:2025:23629

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
25/7999
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 2 Wvw 1994Art. 21 BABWArt. 2 Wet milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening geschorst verkeersbesluit afsluiting Daal en Bergselaan wegens gebrekkige onderbouwing

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag nam op 29 september 2025 een verkeersbesluit tot afsluiting van een deel van de Daal en Bergselaan voor autoverkeer, ter bescherming van het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om schorsing van het besluit tot de bezwaarprocedure was afgerond.

Verzoekers stelden dat het besluit leidt tot onomkeerbare schade aan de weg, verslechterde bereikbaarheid, onveilige verkeerssituaties en onvoldoende motivering, met name ten aanzien van de belangen van manege [manege] en de verkeersveiligheid voor kwetsbare groepen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers een spoedeisend belang hebben en belanghebbenden zijn, met uitzondering van restaurant [naam restaurant].

De rechter constateerde dat verweerder onvoldoende inzicht gaf in de noodzaak en gevolgen van het besluit, mede doordat de gebruikte verkeersanalyse uit 2022 niet representatief was en niet is gedeeld met partijen. Ook was onduidelijkheid over de bereikbaarheid en parkeerplaatsen voor de manege. Daarom werd het bezwaar geacht een redelijke kans van slagen te hebben.

De voorzieningenrechter besloot het verkeersbesluit te schorsen tot de beslissing op bezwaar en bepaalde dat de tijdelijke bewegwijzering verwijderd moet worden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan verzoekers.

Uitkomst: Het verkeersbesluit wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar en de tijdelijke bewegwijzering moet worden verwijderd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/7999

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekers], uit [woonplaats], verzoekers(gemachtigden: mr. O.E. de Maes-Janssens-de Vries en mr. D. Milosavljevic),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Bassie).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 29 september 2025 heeft verweerder een verkeersbesluit genomen
.
1.1.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigde van verweerder en acht verkeersdeskundigen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
2. Verweerder heeft op 29 september 2025 een verkeersbesluit genomen. Met dit besluit is bepaald dat een deel van de Daal en Bergselaan, tussen de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2], wordt afgesloten voor autoverkeer. Dit stuk weg ligt tussen Wapendal en de Bosjes van Pex. Wapendal is een geïsoleerd deel van het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal en op Europees niveau aangewezen vanwege het in dit gebied aanwezige duinbos, kalkarm grijs duin en duinheide. Het gebied staat onder druk en is bijzonder kwetsbaar voor de effecten van buitenaf, zoals autoverkeer. De weg zal worden vervangen door een fietspad, waardoor de weg smaller wordt en er meer ruimte ontstaat voor de natuur. Verzoekers zijn het niet eens met dit besluit en hebben bezwaar gemaakt en verzocht om de werkzaamheden op te schorten tot op het bezwaar is beslist.
Wat vinden verzoekers?
3. Verzoekers stellen zich ten eerste op het standpunt dat zij een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorziening. Vanaf het moment dat verweerder uitvoering geeft aan het besluit ontstaat er een gewijzigde verkeerssituatie met directe gevolgen voor de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en het gebruik van de openbare ruimte. Daarbij komt dat de aanpassingen die aan de weg zullen worden gedaan zorgen voor onomkeerbare schade aan de asfalt laag en fundering van de Daal en Bergselaan. Als blijkt dat het besluit niet in stand kan blijven en de werkzaamheden ongedaan gemaakt moeten worden zorgt dit bovendien voor extra onnodige natuurschade/uitstoot.
3.1
Verzoekers zijn van mening dat dit extra zwaar weegt nu de motivering van het besluit gebrekkig is. Verweerder heeft de belangen van de manege ([manege]) bijvoorbeeld niet voldoende duidelijk meegewogen in het besluit. Verzoekers wijzen er op dat de herinrichting van de Daal en Bergselaan leidt tot het vervallen van ongeveer 54 “gratis” parkeerplaatsen. Dit kan niet zomaar opgevangen worden in de omliggende straten. Voor de manege komt hier nog bij dat zij een zorgfunctie heeft voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Bij [manege] is er dagbesteding en worden dementerende ouderen opgevangen. De toegang voor de mensen met een beperking is heel belangrijk en ligt ingewikkelder dan verweerder doet voorkomen. Voor hen is noodzakelijk dat zij op korte afstand kunnen parkeren. Zeker omdat bij de looproute via de Bosjes van Pex mensen twee snelle fietspaden moeten oversteken. Verder wordt er gebruik gemaakt van rolstoelbusjes en Vervoer op Maat. Ook moet de manege bereikbaar blijven voor de afvoer van mest, voor haar leveranciers, de veearts enzovoorts.
3.2.
Ook zal er volgens verzoekers een onveilige verkeerssituatie ontstaan door toedoen van het verkeersbesluit. De “driehoek”, het stuk eenrichtingsweg tussen het oostelijke deel van de Daal en Bergseweg en de [straatnaam 2], waar de heer [naam] direct aan woont, zal opnieuw worden ingericht waarbij de linkertak komt te vervallen en de rechtertak een tweerichtingsweg wordt. Die nieuwe tweerichtingsweg zal smaller worden en kent twee onoverzichtelijke bochten. Dit is een weg die veel gebruikt wordt door onder andere schoolgaande kinderen. Het is voor verzoekers niet duidelijk op welke wijze verweerder de verkeersveiligheid heeft meegewogen bij het besluit.
3.3.
Het door verweerder gestelde belang dat met het besluit wordt nagestreefd is het beperken van de randeffecten, zoals licht, geluid en beweging die sterk invloed hebben op Wapendal, vanwege de beperkte oppervlakte. Het opheffen van de weg tussen dit gebied en de Bosjes van Pex leidt volgens verweerder tot onder meer een afname van de stikstofdepositie en tot gunstige gevolgen voor de natuur in het algemeen en beschermde diersoorten in het bijzonder. Voor verzoekers is echter niet duidelijk of dit belang wel bereikt kan worden met het verkeersbesluit. Niet is gebleken dat onderzoek is gedaan naar de gestelde gunstige effecten van de beoogde herinrichting. Wat betreft de afname van de stikstofdepositie is het volgens verzoekers zelfs zeer onwaarschijnlijk dat er gunstige effecten zullen zijn. Het opheffen van de weg leidt niet tot minder verkeer, maar tot andere verkeerroutes. Het verkeer zal gebruik gaan maken van wegen in de directe nabijheid van de Daal en Bergselaan en van Wapendal. Het is moeilijk voorstelbaar dat het voor de stikstofdepositie veel uitmaakt als het verkeer zich verplaatst naar wegen op een afstand van 50 tot 100 meter van het gebied. Daarbij is ook van belang dat het verkeer een marginale oorzaak is van stikstofdepositie in Nederland. Ook de gestelde gunstige gevolgen voor beschermde soorten zijn volgens verzoekers niet verder onderzocht. Dit bekent dat deze belangen niet zonder meer ten grondslag kunnen worden gelegd aan het bestreden besluit.
3.4.
Als laatste merken verzoekers nog op dat de Daal en Bergselaan vanuit cultuurhistorisch oogpunt een waardevolle weg is. De afsluiting en herinrichting van het deel van de weg tussen Wapendal en de Bosjes van Pex leidt tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden van de omgeving.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
Spoedeisend belang
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers een voldoende spoedeisend belang hebben bij hun verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Dit omdat verweerder zo snel mogelijk het verkeersbesluit wil uitvoeren waardoor de Daal en Bergse laan afgesloten wordt voor motorverkeer. Op dit moment staat een gedeelte van de omleidingsborden in de straten waar verzoekers wonen. Zij zullen dan ook direct gevolgen ondervinden van het besluit. Voor zover verweerder stelt dat de werkzaamheden ook weer ongedaan gemaakt kunnen worden merkt de voorzieningenrechter op dat het in theorie inderdaad mogelijk is om de werkzaamheden ongedaan te maken, maar dit kan niet zonder dat opnieuw omvangrijke werkzaamheden uitgevoerd zullen moeten worden. Met alle mogelijke overlast voor omwonenden tot gevolg. Gelet hierop is het spoedeisend belang gegeven.
Zijn verzoekers belanghebbenden?
5. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende
verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Volgens vaste rechtspraak1 moet verzoeker, om als belanghebbende in zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door – in dit geval – het verkeersbesluit.
6. In het kader van verkeersbesluiten volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing is beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor eenieder. Bij verkeersbesluiten moet dan ook van geval tot geval worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. Iemand is slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit indien hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. [1] Hierbij geldt wel dat als een verkeersbesluit directe gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de woning/het bedrijf van een bezwaarmaker, deze kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het verkeersbesluit. [2]
6.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat voor alle omwonenden geldt dat zij geen belanghebbenden zijn. Allereerst omdat aan beide zijkanten van de Daal en Bergselaan – gelegen tussen het Natura 2000-gebied en de Bosjes van Pex – zich geen adressen bevinden. Verder baseert verweerder haar conclusie op de verkeersanalyse uit 2022 waaruit zou blijken dat het aantal verkeersbewegingen niet zal toenemen in de straten van omwonenden. Ter verificatie zijn de in 2022 gemeten aantallen vergeleken met gegevens uit een eerdere telling uit 2010. Beide metingen vertonen nauwelijks verschillen, waardoor een representatief beeld van de verkeersintensiteit is verkregen.
6.2.
De voorzieningenrechter merkt hierover op dat de verkeersanalyse uit 2022 nooit is gedeeld met partijen en niet inzichtelijk is hoe die precies heeft plaatsgevonden. Bovendien hebben verzoekers terecht aangevoerd dat het onderzoek niet representatief is, omdat deze in de week van 4 april 2022 heeft plaatsgevonden. Op dat moment waren de corona-maatregelen net opgeheven en werd er nog veel thuisgewerkt, waardoor het aantal verkeerbewegingen lager ligt dan nu het geval is. Er valt dan ook niet uit te sluiten dat het aantal verkeersbewegingen door het verkeersbesluit toe gaat nemen ter plaatse van de woning/het bedrijf van verzoekers. De voorzieningenrechter weegt hierbij ook mee dat verzoekers meerdere foto’s hebben overgelegd waaruit blijkt dat het verkeer deels door hun straten wordt omgeleid tijdens de werkzaamheden.
6.3.
De vraag of alle omwonenden als belanghebbenden bij het verkeersbesluit moeten worden aangemerkt, is niet eenvoudig te beantwoorden. De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet voor beantwoording van die vraag. Verweerder zal dit in de bezwaarprocedure moeten beoordelen.
6.4.
Voor restaurant [naam restaurant] geldt het bovenstaande niet. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat restaurant [naam restaurant] een eigen belang heeft gesteld. Zij kan dan ook niet worden aangemerkt als belanghebbende.
6.5.
Niet ter discussie staat dat manege [manege] belanghebbende is bij het verkeersbesluit. Gelet daarop gaat de voorzieningenrechter over tot een voorlopig rechtmatigheidsoordeel van het bestreden besluit.
Voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het verkeersbesluit
Wat is het toetsingskader?
7. Uit artikel 21 van Pro het BABW [3] blijkt dat de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval vermeldt welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
7.1.
Een bestuursorgaan komt bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toe bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) genoemde begrippen [4] . De rechter toetst of het bestuursorgaan geen onredelijk gebruik heeft gemaakt van die beoordelingsruimte. Nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld welke verkeersbelangen in welke mate naar zijn oordeel bij het besluit dienen te worden betrokken, dient het die belangen tegen elkaar af te wegen. Daarbij komt het bestuursorgaan beleidsruimte toe. De bestuursrechter toetst of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Daarbij geldt dat het bestuursorgaan niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit hoeft aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994, worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
Wat is het (voorlopige) oordeel
8. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet is voldaan aan artikel 21 BABW Pro. In het besluit is immers een onjuist doel vermeld. In het besluit staat vermeld dat met het nemen van de verkeersmaatregelen het volgende wordt nagestreefd: “het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade voor de woonomgeving”. Verweerder heeft erkend dat dit onjuist is en dat dit in het besluit op bezwaar zal worden hersteld in “het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, als neergelegd in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994”.
8.1.
Verweerder heeft zich voorts voor de vaststelling van welke verkeersbelangen in welke mate naar zijn oordeel bij het besluit dienen te worden betrokken, gebaseerd op een verkeersanalyse uit 2022, die volgens de voorzieningenrechter niet representatief is. In de bijlage van het verkeersbesluit wordt meermaals gesproken over de onderzoeken die verweerder heeft uitgevoerd om de verkeersbewegingen in kaart te brengen, maar deze onderzoeken zijn niet beschikbaar gesteld aan verzoekers. Naast het onderzoek uit 2022, zou nog een onderzoek zijn uitgevoerd in 2024, waarvan enkel de conclusies in het besluit zijn opgenomen. Er is echter geen inzage gegeven in de onderzoeken zelf. Hierdoor is niet inzichtelijk waarom verweerder tot de conclusie komt dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de omwonenden, waardoor verweerder deze gevolgen ook niet heeft afgewogen tegen het belang van verweerder.
8.2.
Verweerder heeft aangegeven dat haar belang voor het nemen van de verkeersmaatregelen ziet op het feit dat door het opheffen van de weg bij Wapendal per direct de verbinding tussen het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal en de stedelijke groene hoofdstructuur De Bosjes van Pex wordt versterkt. Door de auto’s te weren en de weg te vergroenen, zou het Natura 2000-gebied een extra beschermende bufferzone aan deze zijde krijgen en ontstaat ruimte voor mantelvegetatie. Dit versterkt de lokale biodiversiteit, zorgt voor een betere waterdoorlatendheid en beperkt de stikstofuitstoot. Ten aanzien van de belangen van de manege [manege], stelt verweerder dat het verkeersbesluit borgt dat de manege in de Bosjes van Pex ontsloten blijft. Ook is in de reactie op de zienswijze van verzoekers in de Nota van Antwoord (bijlage 3 bij het verkeersbesluit) aangegeven dat verschillende analyses van bochtstralen zijn gemaakt waaruit blijkt dat de leveranciers op een veilige manier bij de mestplaats kunnen komen. Daarbij merkt verweerder op dat leveranciers ook in de huidige situatie over voet- en fietspaden moeten rijden, waardoor de toekomstige situatie geen grotere risico’s oplevert.
8.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat hoewel verweerder met de manege in gesprek is (geweest) en er bochtanalyses zouden zijn gemaakt waaruit blijkt dat leveranciers op een veilige manier bij de mestplaats kunnen blijven komen, ter zitting is gebleken dat het onduidelijk is of dit feitelijk mogelijk is. Bovendien was er onvoldoende duidelijkheid over de vraag hoeveel parkeerplaatsen er beschikbaar blijven voor de manege en over de toegankelijkheid. Niet duidelijk is ook of verweerder bij die toegankelijkheid de doelgroep van de manege heeft betrokken.
8.4.
De voorzieningenrechter overweegt dat hoewel de absolute noodzaak van een verkeersbesluit niet hoeft te worden aangetoond [5] , het gelet op al het voorgaande van verweerder mocht worden verwacht dat het de noodzaak tot het al dan niet nemen van het verkeersbesluit en de gevolgen daarvan inzichtelijk maakt door het overleggen van verkeersgegevens of een verkeerskundige onderbouwing. Dat heeft verweerder nagelaten. Bovendien is de door verweerder gebruikte verkeersanalyse uit 2022 niet representatief.
8.5.
De voorzieningenrechter is gelet op al het voorgaande van oordeel dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de rechtsgevolgen van het besluit, inhoudende dat de werkzaamheden niet kunnen starten tot de beslissing op bezwaar. Ook moet verweerder de bewegwijzering verwijderen omdat ter zitting bleek dat deze niet aansluiten op de toezeggingen van verweerder om het verkeer om te leiden over de Sportlaan.
10. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat het college aan verzoekers de door hen betaalde griffierechten vergoedt. Ook krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Het college moet die vergoedingen betalen. De vergoedingen worden met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 907,- bij een wegingsfactor 1). Toegekend wordt € 1814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat bestreden besluit wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de tijdelijke bewegwijzering verwijderd moet worden.
- bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is op 21 november 2025 per e-mail aan partijen doorgegeven.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling van 8 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2018
2.Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:3004, ECLI:NL:RVS:2022:3908.
3.Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
4.Zie uitspraak van de Afdeling van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3761.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1619.