ECLI:NL:RBDHA:2025:23636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdig beslissen asielaanvraag Syrië-moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 14 februari 2024. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 geldt een beslistermijn van zes maanden, maar vanwege het Syrië-moratorium is deze termijn verlengd met één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 14 augustus 2025 moest beslissen.
Eiser stelde de minister op 23 juni 2025 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn. Omdat de ingebrekestelling niet binnen de juiste termijn was gedaan, is het daarop volgende beroep op 14 juli 2025 kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank vond het niet nodig partijen te horen en wees het beroep af zonder zitting.
De rechtbank oordeelde dat het moratorium van toepassing is op de aanvraag van eiser, waardoor de beslistermijn verlengd werd. De te vroege ingebrekestelling maakt het beroep niet ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier J.M. Pattynama op 17 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.