ECLI:NL:RBDHA:2025:23643
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen verblijfsvergunning
Verzoeker diende een beroep in tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 1 september 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De minister erkende het verzoek en stemde in met vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was ingetrokken omdat de minister aan het beroepschrift tegemoet was gekomen. Gezien de aard van de zaak en het beperkte belang werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het vaste proceskostenbedrag.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 31 oktober 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.