ECLI:NL:RBDHA:2025:23661

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
686233 / 25-497
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.J-A. Seinen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:248 BWArt. 106a FwArt. 106b lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing civielrechtelijk bestuursverbod tegen bestuurders failliete vennootschappen

De curator van TempoWork Uitzend Groep B.V. en TempoWork B.V. vordert bestuursverboden tegen bestuurders van meerdere failliete vennootschappen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid volgens artikel 2:248 BW Pro en het civielrechtelijk bestuursverbod ex artikel 106a Faillissementswet. De rechtbank heeft in een tussenvonnis reeds een groot deel van de vorderingen toegewezen en de curator verzocht nadere stukken in te brengen.

Na vermindering van de eis tot bestuurders van vier vennootschappen en het niet verschijnen van gedaagden, gaat de rechtbank uit van de juistheid van de stellingen van de curator. De gevorderde bestuursverboden worden niet onrechtmatig of ongegrond geacht en worden daarom toegewezen voor een duur van vijf jaar vanaf het moment dat het vonnis onherroepelijk wordt.

Vanwege het verstekvonnis kan de griffier niet vaststellen wanneer het vonnis onherroepelijk is en wordt het vonnis direct na uitspraak aan de Kamer van Koophandel gestuurd voor registratie van het bestuursverbod. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten van de curator, die in totaal €7.670,12 bedragen, met rente en nakosten bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: De rechtbank legt aan de bestuurders een bestuursverbod van vijf jaar op en veroordeelt hen in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/686233/ HA ZA 25-497
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
MR. LAURIEN MARTENSin haar hoedanigheid van curator in de faillissementen van
TEMPOWORK UITZEND GROEP B.V.en
TEMPOWORK B.V., te Den Haag,
eiseres,
advocaat: mr. S.M.M. Hasham te Den Haag,
tegen

1.[gedaagden sub 1] zonderbekendewoon-ofverblijfplaatsinofbuitenNederland,

2.
[gedaagden sub 2]te [woonplaats] ,
3.
[gedaagden sub 3]te [woonplaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘de curator’ en ‘gedaagden’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 1 oktober 2025, met de daaraan gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding;
  • de akte van de curator van 15 oktober 2025, met bijlagen.
1.2.
Ten slotte is de datum bepaald waarop dit vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank het onder 1, 2, 3 en 4 op grond van de bestuurdersaansprakelijkheid bedoeld in artikel 2:248 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) gevorderde beoordeeld en grotendeels toegewezen. Omdat de curator ook een civielrechtelijk bestuursverbod vordert als bedoeld in artikel 106a Faillissementswet (Fw), heeft de rechtbank de curator bevolen de in dat artikel genoemde uittreksels bij nadere akte in het geding te brengen.
2.2.
In de dagvaarding zag het gevorderde bestuursverbod op (de bestuurders van) twaalf rechtspersonen. Omdat gedaagden ten aanzien van enkele rechtspersonen niet (meer) als bestuurder bleken te staan ingeschreven, of de betreffende vennootschap inmiddels in staat van faillissement verkeert of is uitgeschreven, heeft de curator de eis bij akte van 15 oktober 2025 verminderd. Zij vordert nu alleen nog bestuursverboden ten aanzien van de bestuurders van de volgende rechtspersonen:
2.3.
Gedaagden zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen en de stellingen die de curator daaraan ten grondslag heeft gelegd. Daarom gaat de rechtbank uit van de juistheid van de stellingen van de curator. In dat licht komen ook de gevorderde bestuursverboden de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat zij die zal toewijzen.
2.4.
Daarbij merkt de rechtbank op dat artikel 106b lid 3 Fw de griffier opdraagt om het vonnis met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel te sturen ‘zodra het vonnis onherroepelijk is geworden’. De griffier kan echter niet vaststellen of en wanneer het vonnis onherroepelijk is, omdat sprake is van een verstekvonnis. Om die reden zal het vonnis direct na de datum van uitspraak worden verstuurd naar de Kamer van Koophandel (zie het Rapport Evaluatie Wet versterking positie curator en Wet civielrechtelijk bestuursverbod; vgl. Rb Midden-Nederland (Utrecht) 26 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2066).
2.5.
Gedaagden zullen, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van de curator worden begroot op:
- dagvaardingen € 375,12
- informatiekosten € 37,00 (4x € 9,25 digitaal gewaarmerkt uittreksel KvK)
- griffierecht € 2.723,00
- salaris advocaat € 4.357,00 (1 punt × tarief VIII)
- nakosten
€ 178,00(met de in de beslissing genoemde evt. verhoging)
Totaal € 7.670,12
2.6.
De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
legt aan de heer
[gedaagden sub 3], geboren op [geboortedatum 1] 1987, wonende te [woonplaats] , een bestuursverbod op als bedoeld in artikel 106a e.v. van de Faillissementswet, voor de vier onder 2.2 genoemde rechtspersonen en voor de duur van vijf jaren vanaf de datum dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan;
3.2.
legt aan de heer
[gedaagden sub 2], geboren op [geboortedatum 2] 1983, wonende te [woonplaats] , een bestuursverbod op als bedoeld in artikel 106a e.v. van de Faillissementswet, voor de vier onder 2.2 genoemde rechtspersonen en voor de duur van vijf jaren vanaf de datum dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan;
3.3.
draagt de griffier van deze rechtbank op om dit verstekvonnis met bekwame spoed, namelijk direct nadat het is uitgesproken, aan de Kamer van Koophandel te sturen, zodat tot registratie van de in 3.1 en 3.2 opgelegde bestuursverboden kan worden overgegaan;
3.4.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van de curator van € 7.670,12, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 92 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.
Type: 2565