ECLI:NL:RBDHA:2025:23669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens vertraagde Woo-beslissing
Verzoekster diende op 3 oktober 2024 een Woo-verzoek in bij verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, met betrekking tot documenten over VVE-verklaringen. Verweerder nam niet tijdig een beslissing, waardoor verzoekster beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing. Op 21 januari 2025 nam verweerder alsnog een beslissing en verstrekte de gevraagde documenten.
Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling. Verweerder betwistte dit verzoek en stelde dat verzoekster onvoldoende had meegewerkt aan opschorting of verlenging van de beslistermijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder de beslistermijn niet tijdig had opgeschort, mede door het onjuist adresseren van verzoeken om precisering en zienswijzen, en dat verzoekster niet te kwader trouw was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder tekort was geschoten in de behandeling van het Woo-verzoek en dat verzoekster recht had op vergoeding van proceskosten. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €907,-, inclusief vergoeding van het griffierecht. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten aan verzoekster wegens het vertraagd nemen van een Woo-besluit.