ECLI:NL:RBDHA:2025:23741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Zwitserland
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 25 augustus 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 7 december 2024 al een asielverzoek in Zwitserland had ingediend. Op grond van de Dublinverordening werd Zwitserland verzocht om eiser terug te nemen, wat werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat zijn eerdere asielaanvraag in Zwitserland was afgewezen en dat hij vreest voor indirect refoulement en onmenselijke behandeling bij terugkeer. Ook stelde hij dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om zijn bezwaren toe te lichten tijdens het aanmeldgehoor en dat verweerder onvoldoende had onderzocht welke situatie hem bij overdracht te wachten stond.
De rechtbank oordeelde dat het aanmeldgehoor zorgvuldig was verlopen en dat eiser geen aannemelijke aanwijzingen had geleverd voor structurele systeemfouten in Zwitserland. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en Zwitserland heeft toegezegd de aanvraag volgens Europese normen te behandelen. De vrees voor indirect refoulement werd verworpen. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.