ECLI:NL:RBDHA:2025:23744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
11126251 RL EXPL 24-10201
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:75 BWArt. 6:83 BWArt. 6:96 BWArt. 6:162 BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en betalingsovereenkomst agentuurovereenkomst energielevering na geschil over misleidende handelspraktijken

Saleskantoor en Innova sloten een raamovereenkomst en deelovereenkomst waarbij Saleskantoor als agent klanten aanmeldde voor Innova, een energieleverancier. Na signalen van misleidende handelspraktijken via een onderaannemer (Helpdeskplus) stelde Innova betalingen uit en voerde verrekening door. Saleskantoor vorderde betaling van openstaande facturen, provisies, klantenvergoeding en schadevergoeding.

De rechtbank bevestigt dat de overeenkomst een agentuurovereenkomst betreft en wijst de betaling van de onbetwiste facturen en incassokosten toe. De ontbinding van de overeenkomst door Saleskantoor wordt rechtsgeldig verklaard per 23 januari 2025. De overige vorderingen van Saleskantoor, waaronder klantenvergoeding en schadevergoeding, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

In reconventie vordert Innova terugbetaling van vergoedingen en onderzoekskosten wegens oneerlijke handelspraktijken, maar deze vorderingen worden afgewezen vanwege gebrek aan bewijs. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Innova wordt veroordeeld tot betaling van €262.473,20 met rente en incassokosten, de overeenkomst wordt ontbonden en overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
PV/d
Zaak-/rolnr.: 11126251 RL EXPL 24-10201
11 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Saleskantoor B.V.,
gevestigd te Schiphol,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Saleskantoor,
gemachtigde: mr. S. Besli,
tegen
Innova Energie B.V.,
gevestigd te Delft,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Innova,
gemachtigde: mr. E.A.H. ten Berge.

1.Procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 22 mei 2024 met producties 1 tot en met 10;
  • de incidentele conclusie strekkend tot absolute onbevoegdheid met producties 1 tot en met 5;
  • de conclusie van antwoord in het incident met producties 11 en 12;
  • het vonnis in incident van 25 september 2024;
  • de conclusie van antwoord tevens inhoudende een conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 19;
  • de akte van wijziging en vermeerdering van eis tevens inhoudende conclusie in reconventie met producties 13 tot en met 15;
  • de akte van producties van Saleskantoor met producties 16 tot en met 38;
  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 5 februari 2025 en de tijdens die zitting namens partijen overgelegde schriftelijke spreekaantekeningen;
  • de conclusie van repliek in conventie tevens inhoudende antwoord in reconventie met producties 39 tot en met 41;
  • de conclusie van dupliek tevens houdende akte uitlaten producties met producties 20 tot en met 25;
  • de akte inhoudende reactie op conclusie van dupliek met (nieuw) producties 42 tot en met 46;
  • de akte uitlaten producties van Innova.

2.Feiten

2.1.
Innova is een energieleverancier.
2.2.
Saleskantoor treedt op als tussenpersoon voor onder andere energieleveranciers.
2.3.
Saleskantoor en Innova (dat ook actief is onder de naam Gewoon Energie) hebben op 8 september 2023 een Raamovereenkomst gesloten. Aanvullend zijn zij een Deelovereenkomst aangegaan. Samen met een verwerkersovereenkomst en de van toepassing verklaarde Algemene Inkoopvoorwaarden Diensten 2017 vormen deze overeenkomsten gezamenlijk de afspraken tussen partijen.
2.3.1.
De Raamovereenkomst houdt, voor zover van belang, het volgende in: [1]
“(…)
OVERWEGENDE DAT:
A. Innova zich onder meer bezighoudt met de levering van elektriciteit en gas aan Afnemer; [2]
B. Saleskantoor genereert via haar Diensten aanmeldingen voor een Leveringsovereenkomst [3] tussen Afnemer en Leveranciers van elektriciteit en/of gas;
(…)

1.Voorwerp van de Overeenkomst

1.1.
Saleskantoor zal bij Innova Afnemer(s) aanmelden uit het consumenten segment (kleinverbruik aansluitingen met een gemiddeld jaarverbruik zoals gespecificeerd in de deelovereenkomst, Grootverbruik aansluitingen alleen na schriftelijke toestemming van Innova).
(…)
1.3.
Innova is te allen tijde bevoegd een Afnemer te weigeren en/of aanvullende voorwaarden te stellen. In het voorkomende geval zal Innova desgevraagd de weigering met redenen omkleden.
1.4.
Innova is niet gehouden een Leveringsovereenkomst aan te gaan met een Afnemer, zolang Innova Saleskantoor niet schriftelijk heeft geïnformeerd die Afnemer te accepteren en elektriciteit respectievelijk gas te willen verkopen en leveren.
1.5.
De Diensten worden door Saleskantoor of medewerkers van Saleskantoor zelf uitgevoerd, mogelijkheid tot uitzondering wordt in deze Raamovereenkomst beschreven onder 'Derdenbeding'
(…)
1.8.
De volgende voorwaarden zijn van toepassing op iedere aangemelde Contractant: [4]
(…)
Relevante wet- en regelgeving en Gedragscodes:
Partijen verklaren bij het uitvoeren van haar diensten in het kader van deze Overeenkomst zich te houden aan alle geldende wet- en regelgeving en toepasselijke gedragscodes
Saleskantoor zal geen misleidende mededelingen doen aan (potentiële)
Contractanten en zich onthouden van oneerlijke of misleidende handelspraktijken.
Kopie (bemiddelings)overeenkomst en/of volmacht (schriftelijk/bandopname)
Partij B zal bij iedere aanmelding en/of binnen 7 kalenderdagen na de aanmelding van een Contractant bij Partij A, van elke aangemelde Contractant een (kopie van de) ondertekende (bemiddelings)overeenkomst en/of volmacht
(schriftelijk/bandopname) verstrekken aan Partij A. (…)
(…)

2.Totstandkoming, tijdsplanning of duur van de Overeenkomst

(…)
2.2.
Deze Overeenkomst vangt aan op
30-08-2023en wordt aangegaan voor
24 maandenen eindigt van rechtswege op
29-08-2025zonder dat enige opzegging is vereist.
2.3.
Beide partijen kunnen deze overeenkomst tussentijds door schriftelijke opzegging beëindigen met een opzegtermijn van 2 maanden.
(…)
2.8.
Elke campagne zal worden gespecificeerd in een deelovereenkomst. Op elke deelovereenkomst zijn de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing, tenzij daarvan in de deelovereenkomst schriftelijk wordt afgeweken.
(…)
2.10.
De deelovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd, tenzij anders overeengekomen.
(…)

3.Prijs en overige financiële bepalingen

3.1.
Saleskantoor stuurt aan Innova wekelijks en/of maandelijks een factuur met daarop het totaal aantal aanmeldingen – die door Innova zijn geaccepteerd – van de voorafgaande maand, welke met een betalingstermijn van 14 kalenderdagen in rekening wordt gebracht.
3.2.
Het factuurbedrag is het hierboven bedoelde aantal aanmeldingen maal de vergoeding zoals gespecificeerd in de deelovereenkomst.
3.3.
Innova zal op de aanmeldingen het bij haar gangbare acceptatieproces toepassen (controle op
kredietwaardigheid, normale controle en eventuele correctie van verstrekte gegevens in overleg met
Afnemer, controle op contractstatus e.d.).
(…)
3.5.
Indien een partij op enig moment vaststelt dat vergoeding is uitgekeerd op basis van onjuiste gegevens ter zake van de aanmelding van Contractant, dan zullen Partijen volgend op de maand waarin zij de onjuistheid hebben ontdekt, de verschuldigde vergoeding op basis van de juiste gegevens herberekenen. Innova zal het gecorrigeerde bedrag aan vergoeding c.q. enig verschuldigd bedrag binnen vijftien (15) werkdagen na ontdekking voldoen, dan wel zal Saleskantoor eventueel door Innova teveel betaalde vergoeding aan Innova restitueren binnen vijftien (15) werkdagen nadat Innova haar daarover heeft geïnformeerd. Ingeval Saleskantoor gehouden is tot restitutie van enig bedrag, zal zij Innova desgevraagd een creditnota verstrekken.

4.Clawback en schadevergoeding

4.1.
Onverminderd het recht op een eventuele schadevergoeding, heeft Innova op Saleskantoor tot en met 14 maanden na startdatum levering een dadelijk en ineens opeisbare vordering van 100% van de uitgekeerde vergoeding, indien Saleskantoor:
a. zich schuldig maakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken;
(…)
4.2.
De vordering wordt verrekend met de door Innova aan Saleskantoor verschuldigde betalingen zoals vermeld in artikel 3 (…).
(…)
4.4. (…)
Partijen komen overeen dat Saleskantoor aan Innova een schadevergoeding is verschuldigd van EUR 125,- excl. btw per product/aansluiting bij een onterechte aanmelding, indien Saleskantoor:
a. zich schuldig maakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken;
(…)
4.6.
Volgens in Deelovereenkomst beschreven voorwaarden heeft Innova op Saleskantoor een dadelijk en ineens opeisbare vordering van 100% van de uitgekeerde vergoeding als de leveringsovereenkomst eindigt binnen de in Deelovereenkomst beschreven termijn.

5.Relevante wet- en regelgeving en Gedragscode

5.1.
Partijen verklaren bij het uitvoeren van haar Diensten in het kader van deze Overeenkomst zich te houden aan alle geldende wet- en regelgeving en toepasselijke gedragscodes.
Daaronder zijn in ieder geval begrepen de toepasselijke bepalingen op grond van de Gedragscode Consument & Energieleverancier, de Wet op de Oneerlijke Handelspraktijken, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, Elektriciteits- en Gaswet, de Wetgeving voor koop op afstand en verkoop buiten de verkoopruimte, BW6 [Burgerlijk Wetboek, toev. ktr.], Code Telemarketing 2020, Gedragscode Telemarketing 2020, Reclame Code voor Fieldmarketing, Gedragscode voor Fieldmarketing, Leidraad Bescherming voor de Online Consument (2020) van de Autoriteit Consument en Markt en de overige in de gedragscode genoemde regels voor zover van toepassing op de leverancier.
5.2.
Partijen verklaren dat er wordt voorzien in een dusdanige beloning dat ongepast gedrag door individuele verkopers niet wordt gestimuleerd;
5.3.
Derdenbeding: Het door Saleskantoor en/of haar tussenpersonen uitbesteden van de Diensten aan derden of andere vestigingen is zonder goedkeuring van Innova verboden. Werkzaamheden door een derde partij of andere vestigingen worden uitgevoerd uit naam van Saleskantoor zoals gebruikt voor geleverde diensten voor Innova.
5.4.
Indien toegestaan door Innova zullen werkzaamheden uitgevoerd door derden of andere vestigingen, geschieden voor eigen risico van Saleskantoor en behoudt Saleskantoor alle
verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het werk en het naleven van alle gemaakte
afspraken uit hoofde van deze overeenkomst.
(…)
5.7.
Daarnaast zal Saleskantoor zich houden aan de volgende verplichtingen:
(…)
e. Saleskantoor en/of haar tussenpersonen moet kunnen aantonen dat zij voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in artikel 2.1 van de Gedragscode Consument en Energieleverancier 2020. (…)”
2.3.2.
In de Deelovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende: [5]
“(…)
1. Campagne beschrijving
Campagne naam: CALRS acquisitie particulier
Contract Startdatum: 30-08-2023
Contract Einddatum: 31-12-2023
(…)

5.Planning en forecast

a. Aantallen
1: Commitment minimale instroom 2023: 4.000 Netto aangesloten contracten aan
Particuliere kleinverbruikers.
2: Aantallen (maandtarget):
minimaal 1000 netto sales per maand
(…)
Het verwachte aantal afnemers die Saleskantoor bij Innova kan aanmelden gedurende periode 2023 is een indicatie, uitdrukkelijk zonder minimum afnameverplichting voor Innova.
(…)

6.KPI’s

(…)
c. Klachtenpercentage: lager dan 2%
(…)

8.Proposities en vergoeding

Looptijd energiecontract:
1 jaar vast upfront, 3 jaar vast recurring en 4 jaar vast recurring
Tabel vergoedingen en bonussen
a. Bij Single Fuel is de vergoeding 50% van de Dual Fuel vergoeding
b. De vergoeding (excl. btw) wordt berekend op basis van het aantal netto Contractanten. Een netto Contractant is een Contractant die conform de Procesbeschrijving (zie Annex 1) is aangemeld, en die binnen 14 kalenderdagen [dat is de bedenktermijn, toev. ktr.] na ontvangst van Innova bevestigingsbrief niet heeft geannuleerd en/of is uitgevallen. (…)”
2.4.
In september 2023 heeft Saleskantoor (nieuwe) particuliere klanten aangemeld bij Innova. Met toestemming van Innova heeft Saleskantoor per oktober 2023 Kalimii B.V., handelend onder de naam Helpdeskplus, ingeschakeld voor de uitvoering van een deel van de overeengekomen saleswerkzaamheden.
2.5.
Helpdeskplus werkt(e) vanuit Turkije met daar gevestigde salesagents. Op de website van Helpdeskplus stond vermeld dat het bedrijf een energievergelijker is. Zij adverteerde op internet ook onder de naam Energievergelijker. Consumenten konden via het nummer op de website telefonisch contact opnemen, waarna zij werden doorgeschakeld naar een gespecialiseerde verkoopmedewerker. Helpdeskplus maakte gebruik van zogeheten Google Ads met belcomponenten. Dit betekent dat wanneer iemand op Google zocht naar de helpdesk of klantenservice van een bepaalde energieleverancier, er bovenaan de zoekresultaten een advertentie (Google Ad) van Helpdeskplus verscheen met de naam van die leverancier en een belknop. Wanneer men op deze belknop klikte, werd direct gebeld naar één van de telefoonnummers van Helpdeskplus. Door het gebruik van Google Ads met belcomponenten kwam de consument rechtstreeks in contact met Helpdeskplus, zonder eerst de website van Helpdeskplus te hoeven bezoeken.
2.6.
Op 16 november 2023 heeft Innova per e-mail aan Saleskantoor haar bevindingen gedeeld over negen door Saleskantoor en/of Helpdeskplus gevoerde telefoongesprekken met (potentiële) afnemers. In deze e-mail schrijft Innova onder meer:
“(…) Hierbij onze bevindingen (in het kort) van 9 gesprekken.
(…) 277329_9 (…)
Identificeert zich als Energie Direct Helpdesk (fraude), maakt contract op Gewoon
(…) 277294_9 (…)
Identificeert zich als helpdesk Budget Energie (fraude) helpt zogenaamd met gestorneerde betaling en gaat daarna contract Gewoon aanbieden (…)
Aub alle druk op HD+, dat ze hun kwaliteit als de wiedeweerga oppakken (…) en verbieden specifieke dingen te zeggen (andere leveranciers naam gebruiken (…)”
2.7.
Op 20 december 2023 heeft Energie-Nederland Innova per e-mail bericht dat Helpdeskplus zich schuldig zou maken aan misleiding. In die e-mail schrijft Energie-Nederland dat consumenten ertoe gebracht worden te denken dat zij contact hebben met de klantenservice van hun energieleverancier, terwijl zij in werkelijkheid terechtkomen bij een prijsvergelijker (Helpdeskplus) die contracten van andere leveranciers verkoopt. Via Google wordt op misleidende wijze geadverteerd met de klantenservice van een leverancier, terwijl het in feite gaat om de intermediair.
2.8.
Diezelfde dag heeft Innova aan Saleskantoor medegedeeld dat Helpdeskplus haar werkzaamheden per direct moet staken.
2.9.
Op 22 december 2023 heeft Innova Saleskantoor per e-mail geïnformeerd over een mogelijke voortzetting van de samenwerking. In dat kader heeft Innova onder meer verzocht om een akkoordverklaring voor de verlenging van de lopende Deelovereenkomst. Op 29 december 2023 heeft Innova een reminder gestuurd.
2.10.
Op 4 januari 2024 heeft Innova Saleskantoor per e-mail gevraagd wanneer was vastgesteld dat Helpdeskplus bij onduidelijkheid bij klanten niet duidelijk aangaf dat zij niet de klantenservice van de betreffende leverancier was. Op 5 januari 2024 heeft Saleskantoor daarop een document aan Innova gestuurd, waarin onder meer wordt vermeld dat op 27 oktober 2023 de eerste signalen vanuit Gewoon Energie (Innova) binnenkwamen dat klanten dachten dat zij contact hadden met hun eigen leverancier.
2.11.
Op 8 januari 2024 heeft Innova Saleskantoor per e-mail het volgende gestuurd:
“(…) Naar aanleiding van meerdere signalen, zowel intern als extern, is er geen vertrouwd gevoel bij de sales die door jullie partner HelpdeskPlus zijn gedaan.
Het voornaamste zit hem in het 'klant op een onjuiste manier overzetten naar een andere leverancier'.
Om er zeker van te zijn dat klanten op een juiste manier zijn overgezet, willen wij dan ook een extra controle uitvoeren op de sales die door deze partij gedaan zijn.
Wij zullen dan ook, door een Innova aangewezen derde partij (…) alle salesgesprekken van HelpDeskPlus waaruit een contract is voortgevloeid, na laten luisteren en beoordelen op juiste wijze van informeren richting de klant.
Alle klanten die niet op een juiste manier zijn geïnformeerd, én de klanten waarvan geen gesprek is opgeleverd, zullen proactief door lnnova de mogelijkheid aangeboden krijgen om het contract kosteloos te kunnen ontbinden.
De kosten voor de extra controle worden doorberekend richting SalesKantoor net als de kosten (terughalen vergoeding + schade, gekoppeld aan artikel 4 van Pro de raamovereenkomst) voortvloeiend uit de keus van klanten die gebruik maken van de mogelijkheid hun contract te ontbinden.
Aangezien wij nog niet weten wat de hoogte van deze kosten zullen zijn, zullen wij de huidige openstaande facturen on hold zetten om (mogelijk) hiermee te verrekenen. (…)”
2.12.
Bij brief van 17 januari 2024 heeft Saleskantoor Innova gesommeerd tot betaling van de facturen 20240002 (€ 135.042,05), 20240001 (€ 71.849,80), 20230058 (€ 52.967,75) en 20240006 (€ 73.949,15) aan vergoeding voor aangebrachte klanten. In die brief heeft Saleskantoor aangegeven dat de opschorting door Innova van haar verplichtingen uit de Raamovereenkomst zonder geldige reden en ongegrond is.
2.13.
Bij brief van 23 januari 2024 heeft Innova hierop gereageerd dat zij op basis van onderzoek geconstateerd heeft dat er sprake is van tekortkomingen in de nakoming van de Raamovereenkomst en betwist dat de opschorting ongegrond is.
“(…) Op basis van het onderzoek hebben wij geconstateerd (op basis van een representatieve steekproef) dat bij minimaal 35% van de gevallen, klanten worden misleid doordat ze denken met de klantenservice van een energieleverancier te bellen voor bijvoorbeeld een vraag, klacht of contractverlenging, maar uitkomen bij een prijsvergelijker die een contract van een andere leverancier verkoopt. Hierdoor is niet de indruk weggenomen dat ze bellen naar een helpdesk van de energieleverancier. (…)”
2.14.
Het aangekondigde onderzoek naar door Helpdeskplus aangebrachte klanten is op verzoek van Innova uitgevoerd door ETB-Group (hierna: ETB). Op 14 maart 2024 heeft ETB de onderzoeksresultaten per e-mail aan Innova beschikbaar gesteld. In de e-mail staat onder meer dat in totaal 2.410 gesprekken zijn beoordeeld, waarvan er 2.399 geschikt waren om te analyseren. Hiervan zijn 1.877 gesprekken volledig beluisterd. Uit de begeleidende analyse volgt onder meer dat:
  • in 76% van de gesprekken de agenten zichzelf eerlijk hebben voorgesteld en niet deden voorkomen alsof zij voor een andere partij werkzaam waren (eerlijke representatie);
  • in 89% van de gesprekken het aanbod van Gewoon Energie duidelijk werd gebracht als een nieuw energiecontract en overstap (transparantie en aanbod);
  • in iets meer dan 55% van de gevallen geen oneigenlijke druk is uitgeoefend en geen valse beweringen zijn gedaan (integriteit in verkoop);
  • in iets meer dan 46% van de gesprekken de indruk werd weggenomen dat de klant met een andere leverancier sprak (indruk weggenomen).
2.15.
Op 20 maart 2024 heeft Innova de onderzoeksresultaten van ETB per e-mail met Saleskantoor gedeeld. In die e-mail schrijft zij het volgende:
“(…) Hierop gebaseerd hebben we van 1214 actieve klanten de verkoopgesprekken afgekeurd of niet aangeleverd gekregen.
Deze klanten betroffen allen 1 jarige contracten en zijn vergoed/ gefactureerd volgens Deelcontract (…) € 170,- upfront en € 40,- aantallen bonus (welke iedere maand is behaald).
Hierop gebaseerd is de volgende vordering berekend:
Vordering: 1214 x € 210,- = € 254.940,-
Onderzoekskosten: € 14.710,41 (700,5 uur x € 21,-)
Totaal vordering: € 269.650,41 excl BTW
Deze vordering wordt verrekend met openstaande facturen, te weten factuurnummer 2024006 á €73.949, 15 (incl. btw) en factuurnummer 2024002 á € 135.042,05 (incl. btw), totaal van deze facturen is € 172.720,- excl. BTW, en van het resterend bedrag: € 96.930,41 excl. BTW ontvangen we graag een creditfactuur van Saleskantoor voor 27 maart 2024.
Hierop volgend zullen wij deze 1214 klanten aanschrijven met de mogelijkheid het contract kosteloos te ontbinden gebaseerd op geconstateerde verkooppraktijken, hieruit volgende contractontbindingen zullen volgens contract richting Saleskantoor/CALRS gefactureerd worden met een boete van € 125,- per EAN.
Churn binnen 3 maanden (zoals in Deelovereenkomst overeengekomen terug te betalen aan Innova/Gewoon Energie) is momenteel 1969 EAN's.
Voor de maand November 2023 hebben we al 103 klanten (206 EANs) early churn in onderling overleg ingehouden.
De clawback op churn tot op heden is:
1763 x € 105,- (per EAN incl bonus) = € 185.115,- (…)”
2.16.
Op 22 juli 2024 heeft Saleskantoor Innova per e-mail bericht dat zij, naast het bedrag van € 262.473,20, aanspraak maakt op € 902.370,- aan klantenvergoeding en € 736.606,80 aan provisie voor aangebrachte klanten. Zij heeft Innova daarbij gesommeerd deze bedragen binnen 14 dagen te voldoen.

3.Geschil

In conventie
3.1.
Saleskantoor vordert – na eisvermeerdering – samengevat om:
primair:
I. Innova te veroordelen tot betaling van:
- € 262.473,20, € 262.473,20, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente, te rekenen vanaf de vervaldatum:
a. van factuur 20240002 over € 135.042,05 te rekenen vanaf 17 januari 2024;
b. van factuur 20240006 over € 73.949,15 te rekenen vanaf 1 februari 2024;
c. van factuur 20240018 over € 53.482,00 te rekenen vanaf 26 februari 2024;
althans een in goede justitie te bepalen rentepercentage en renteperiode;
- € 3.087,37, € 3.087,37, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf vijftien dagen na de datum vonnis;
II. te verklaren voor recht dat:
  • de Raamovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden;
  • de Raamovereenkomst gekwalificeerd kan worden als een agentuurovereenkomst;
III. Innova te veroordelen tot betaling van:
  • € 736.606,80, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente, te rekenen vanaf 21 juni 2024, althans een in goede justitie te bepalen rentepercentage en renteperiode;
  • € 1.556.637,72, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente, te rekenen vanaf 21 juni 2024, althans een in goede justitie te bepalen rentepercentage en renteperiode;
  • € 1.037.759,81, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, en te verklaren voor recht dat Innova deze vergoeding is verschuldigd vanwege de onregelmatige beëindiging van de agentuurovereenkomst;
  • € 6.775,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf vijftien dagen na de datum vonnis;
IV. Innova te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf vijftien dagen na de datum vonnis;
subsidiair:
V. Innova te veroordelen tot betaling van onbetaalde provisie, de klantenvergoeding en de gefixeerde schadevergoeding, nader op te maken bij staat, alsmede in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf vijftien dagen na de datum vonnis.
3.2.
Saleskantoor legt aan haar vordering – samengevat – het volgende ten grondslag.
3.2.1.
Saleskantoor heeft voor Innova energiecontracten verkocht, waarvoor Innova de afgesproken vergoedingen moet betalen. Voor week 1 van 2024 is een bedrag van € 135.042,05 inclusief btw gefactureerd (€ 85,- × 1.313). Voor week 2 en 3 van 2024 gaat het om € 73.949,15 inclusief btw (€ 85,- × 719). Daarnaast is over december 2023 een bonus van € 53.482,- inclusief btw gefactureerd (1.012 Dual Fuel-contracten × € 40,- en 186 Single Fuel-contracten × € 20,-). In totaal betreft dit € 262.473,20. Omdat Innova deze facturen niet (tijdig) heeft betaald, is zij wettelijke (handels)rente verschuldigd vanaf de vervaldata. Daarnaast heeft Saleskantoor tot een bedrag van € 3.087,37 aan kosten gemaakt om te proberen haar vordering buiten rechte te innen.
3.2.2.
De overeenkomst met Innova is ontbonden bij akte wegens het zonder rechtvaardiging opschorten van betalingen door Innova. Tevens voert Innova de overeenkomst niet meer uit, beschuldigt zij Saleskantoor van onjuiste werkwijzen en komt zij dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen niet na. Daarom verzoekt Saleskantoor de overeenkomst te ontbinden.
3.2.3.
Saleskantoor heeft 9.436 klanten en 17.383 unieke EAN’s (aansluitingen) bij Innova aangebracht. Dit vertegenwoordigt een totale provisiewaarde van € 1.825.320,- (totaal aantal EAN’s × de overeengekomen provisie). Omdat hiervan reeds € 826.240,- is uitgekeerd en € 262.473,20 als vordering is ingesteld, resteert een bedrag van € 736.606,80 aan openstaande provisie voor aangebrachte, maar nog niet uitbetaalde klanten.
3.2.4.
Innova behaalt blijvend voordeel uit de door Saleskantoor aangebrachte klanten en de aanmerkelijke kans bestaat dat deze klanten ook klant zullen blijven. Daarom is Innova een klantenvergoeding verschuldigd, die aan de hand van de rekenmethode van de Hoge Raad wordt berekend op € 1.556.637,72. Bij deze berekening is uitgegaan van: 9.437 aangebrachte klanten, 17.384 unieke aansluitingen, totale commissiewaarde van € 1.825.320,-, klantbehoudpercentage van 86%, 8.115 klanten die na één jaar klant blijven, € 105,- gemiddelde commissiewaarde per aansluiting, € 1.704.780,-, netto voordeel voor Innova, 107 dagen duur samenwerking.
3.2.5.
Daarnaast is Innova een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. Saleskantoor heeft in 107 dagen een provisiewaarde van € 1.825.320,- gerealiseerd, wat neerkomt op € 17.060,- per dag. Rekening houdend met een opzegtermijn van twee maanden, bedraagt de te betalen schadevergoeding € 1.037.759,81 (60,83 dagen × € 17.060,-).
3.2.6.
Tot slot heeft Saleskantoor € 6.775,- aan kosten gemaakt om de hierboven genoemde bedragen aan provisie, klantenvergoeding en gefixeerde schadevergoeding te incasseren. Omdat Innova deze bedragen ondanks sommatie niet (tijdig) heeft betaald, is zij wettelijke (handels)rente verschuldigd vanaf vijftien dagen na de e-mail van 22 juli 2024.
3.3.
Innova concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Saleskantoor in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing hiervan, met veroordeling van Saleskantoor in de proceskosten, eventueel te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
3.3.1.
Innova betwist allereerst de juistheid van het gefactureerde bonusbedrag.
Daarnaast stelt zij dat de vorderingen van Saleskantoor tenietgegaan zijn door verrekening. Volgens Innova heeft Saleskantoor zich via Helpdeskplus en zonder medeweten van Innova schuldig gemaakt aan structurele fraude en het op geraffineerde wijze verstrekken van oneerlijke en/of misleidende informatie, door zich voor te doen als de klantenservice van de huidige energieleverancier terwijl feitelijk sprake was van een prijsvergelijker. Als gevolg hiervan komt Innova de volgende vorderingen toe:
Terugbetaling van reeds uitbetaalde vergoedingen (artikel 4.1. Raamovereenkomst);
Schadevergoeding per product/aansluiting bij een onterechte aanmelding (artikel 4.4. Raamovereenkomst);
Terugbetaling van reeds uitgekeerde vergoedingen en bonussen (clawback op churn, artikel 4.6. Raamovereenkomst jo. artikel 8 Deelovereenkomst Pro); en
Vergoeding van gemaakte onderzoekskosten (artikel 6:162 jo Pro. 6:96 lid 2 sub b BW).
Facturen 20240002 en 20240006 zijn per 20 maart 2024 verrekend met de Innova toekomende vorderingen genoemd na 1. en 4. Na verrekening resteert voor Innova nog een vordering, naast haar clawback-vordering.
Ten derde stelt Innova dat Saleskantoor geen vergoeding toekomt. Volgens Innova is er na afloop van de Deelovereenkomst geen nieuwe overeenkomst gesloten, waardoor Saleskantoor geen geldige basis meer had om klanten aan te melden. Daarnaast heeft Saleskantoor nooit een bemiddelingsovereenkomst overgelegd. Ook voert Innova aan dat er door de misleidende handelspraktijken geen leveringsovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Omdat een eventuele vergoeding afhankelijk is van de daadwerkelijke uitvoering van een leveringsovereenkomst, en de niet-uitvoering daarvan het gevolg is van de misleidende handelspraktijken en fraude, kan deze niet aan Innova worden toegerekend. Tot slot meent Innova dat Saleskantoor haar zorgplicht heeft geschonden door geen medewerking te verlenen aan het voorkomen van oneerlijke en misleidende handelspraktijken.
Ten slotte betwist Innova dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen.
3.3.2.
Volgens Innova bestaat er geen grond voor ontbinding van de Raamovereenkomst. Zij betwist dat zij tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomsten.
3.3.3.
Innova betwist de juistheid van de berekening van het gevorderde provisiebedrag van € 736.606,80. Volgens haar moet de provisie worden gebaseerd op het aantal daadwerkelijk door Saleskantoor aangemelde klanten, te weten 9.443. Van deze klanten hebben volgens Innova 4.024 klanten gebruikgemaakt van hun herroepingsrecht. Daarnaast doet Innova een beroep op rechtsverwerking: Saleskantoor heeft haar provisievordering pas ingesteld bij akte vermeerdering van eis. Bij haar is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat Saleskantoor deze aanspraak niet meer zou uitoefenen. Innova stelt dat zij hierdoor onredelijk in haar positie zou worden benadeeld.
3.3.4.
Volgens Innova is geen klantenvergoeding verschuldigd omdat de overeenkomsten met Saleskantoor niet zijn beëindigd, althans – voor zover zij wel zijn beëindigd – deze door Saleskantoor zelf zijn ontbonden hetgeen niet aan Innova kan worden toegerekend. Innova betwist bovendien de juistheid van de aanname van Saleskantoor dat 86% van de klanten langer dan één jaar klant blijft. Indien al een klantenvergoeding verschuldigd zou zijn, moet volgens Innova rekening worden gehouden met diverse omstandigheden.
3.3.5.
Innova voert ook verweer tegen de gevorderde gefixeerde schadevergoeding. Zij voert aan haar verplichtingen uit de Raamovereenkomst terecht heeft opgeschort vanwege de geconstateerde fraude en misleiding. Van een (onrechtmatige) beëindiging is volgens haar geen sprake. Daarnaast stelt zij dat alleen een uitonderhandelde deelovereenkomst kan leiden tot een mogelijke vergoeding. Per 1 januari 2024 kunnen daarom geen nieuwe klanten meer door Saleskantoor worden aangebracht en rust op Innova geen verplichting om deze aanmeldingen te accepteren. Saleskantoor lijdt volgens Innova geen schade, omdat geen minimumafnameverplichting geldt.
3.3.6.
Innova verzet zich tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, in welk verband zij wijst op het restitutierisico.
In reconventie
3.4.
Innova vordert samengevat om:
I. Saleskantoor te veroordelen tot betaling van:
  • primair€ 96.930,41 en
    subsidiair€ € 43.448,41, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, te rekenen vanaf 20 maart 2024, althans een in goede justitie te bepalen datum, althans vanaf de dag der dagvaarding;
  • primair€ 1.744,30 en
    subsidiair€ 1.209,48, althans een goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;
II. Saleskantoor te veroordelen tot betaling van:
  • € 150.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, te rekenen vanaf 23 oktober 2024, althans een in goede justitie te bepalen datum, althans vanaf de dag der dagvaarding;
  • € 2.275,-, althans een goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding;
III. te verklaren voor recht dat Saleskantoor aansprakelijk is voor alle schade die Innova lijdt en zal lijden door niet-nakoming van de afspraken c.q. de Raamovereenkomst alsook door de oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken zijdens en/of namens Saleskantoor en dat de schade bij staat moet worden opgemaakt;
IV. Saleskantoor te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
Innova baseert haar vordering op het volgende.
3.5.1.
Na de verrekening door Innova van een deel van haar bij 3.3.1. beschreven vorderingen – ontstaan als gevolg van de oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken van Helpdeskplus – met de facturen 20240002 en 20240006, heeft Saleskantoor geen creditnota verstrekt. Rekening houdend met de betwisting van factuur 20240018, resteert per 20 maart 2024 € 96.930,41 om door Saleskantoor te worden betaald. Indien ook de betwiste factuur 20240018 in de verrekening wordt betrokken, blijft € 43.448,41 over om door Saleskantoor te worden betaald. De buitengerechtelijke kosten bedragen volgens de staffel respectievelijk € 1.744,30 en € 1.209,48.
3.5.2.
Op grond van de overeenkomsten heeft Saleskantoor een bonus ontvangen voor aangemelde klanten die gedurende enige tijd klant zijn (gebleven). Deze bonusbetalingen zijn ten onrechte gedaan en moeten daarom – op basis van artikel 4.6. Raamovereenkomst en artikel 8 Deelovereenkomst Pro – worden terugbetaald (clawback op churn). Aanvankelijk hadden 1.214 klanten hun overeenkomst vroegtijdig opgezegd; dit aantal is inmiddels gestegen tot 2.111. Voor deze klanten dient restitutie plaats te vinden van de uitgekeerde bonusbedragen, zo mogelijk via verrekening. De (voorlopig) berekende terugbetalingsverplichting bedraagt € 180.630,-. Innova beperkt haar vordering echter tot € 150.000,-. De buitengerechtelijke kosten bedragen volgens de staffel € 2.275,-.
3.6.
Saleskantoor concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Innova in haar vordering, althans tot afwijzing hiervan, met veroordeling van Innova in de proceskosten en de wettelijke rente daarover.
3.6.1.
Saleskantoor betwist dat zij gehouden is te betalen voor het door ETB verrichte onderzoek. Zij voert aan dat het onderzoek gebrekkig is uitgevoerd, de door Innova getrokken conclusies niet worden gedragen door de bevindingen en de onderzoekskosten bovendien niet zijn gespecificeerd.
3.6.2.
Saleskantoor betwist verder dat zij haar verplichtingen uit de overeenkomsten heeft geschonden en dat sprake is geweest van oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken door Helpdeskplus. Volgens Saleskantoor was Innova volledig op de hoogte van de werkwijze van Helpdeskplus en heeft Innova daartegen nooit bezwaar gemaakt. De ingehouden provisiebetalingen en clawback-regeling zijn bovendien in strijd met dwingendrechtelijke agentuurbepalingen. Innova blijft de overeengekomen vergoedingen (provisie en/of bonus) verschuldigd voor de aangebrachte klanten, ongeacht herroeping, en eventuele niet-uitvoering van de leveringsovereenkomst behoort tot haar risicosfeer.
3.6.3.
Saleskantoor betwist dat zij (vanaf 20 maart 2024) wettelijke rente verschuldigd is. Daarnaast stelt zij dat de door Innova opgevoerde buitengerechtelijke kosten onjuist zijn berekend en dat de verrichte werkzaamheden onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt.

4.Beoordeling

In conventie
In het midden kan blijven of Innova de waarheidsplicht heeft geschonden
4.1.
Artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verplicht partijen om alle voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Volgens Saleskantoor heeft Innova de e-mail van 16 november 2023 bewust niet (volledig) overgelegd en daarmee de kantonrechter misleid. Of dat verwijt terecht is, kan in het midden blijven. De kantonrechter ziet namelijk geen aanleiding hieraan gevolgen te verbinden, omdat zelfs als er sprake zou zijn van een schending van de waarheidsplicht, deze geen invloed heeft gehad op de beoordeling van de vorderingen van beide partijen.
Er is sprake van agentuur
4.2.
In het vonnis in incident is vastgesteld dat de Raamovereenkomst (met de Deelovereenkomst) moeten worden aangemerkt als een agentuurovereenkomst. De door Saleskantoor gevorderde verklaring voor recht op dit punt is daarom toewijsbaar.
Innova moet de factuurbedragen betalen
4.3.
Ten aanzien van het eerste onderdeel van de vordering van Saleskantoor, wordt vastgesteld dat Innova de juistheid van de in facturen 20240002 en 20240006 vermelde aantallen aangebrachte klanten en daarvoor in rekening gebrachte bedragen niet heeft betwist. Deze facturen hebben betrekking op de in week 1 (20240002) en in week 2 en 3 (20240006) van 2024 aangebrachte contracten. Alleen de juistheid van factuur 20240018 is door Innova betwist. Ten aanzien van alle facturen beroept Innova zich daarnaast op verrekening met de vordering die haar toekomt op grond van artikel 4 Raamovereenkomst Pro en met de kosten van het onderzoek van ETB.
4.3.1.
De stelling van Innova die zowel ten grondslag ligt aan haar betwisting van de juistheid van factuur 20240018 als aan haar beroep op verrekening, is dat Saleskantoor zich via Helpdeskplus (die zij onderaannemer noemt) schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken. Met betrekking tot factuur 20240018 betwist Innova dat sprake is van 1.000 aangemelde (blijvende) klanten “
die klant zijn geworden niet als gevolg van enige oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken.” Hieruit volgt dat Innova niet betwist dat Saleskantoor in december 2023 in totaal 1.198 contracten heeft aangebracht (te weten 1.012 Dual Fuel-contracten en 186 Single Fuel-contracten). Innova schrijft in haar e-mail van 20 maart 2024 zelf ook dat het bonusaantal van 1.000 contracten iedere maand is gehaald. Innova betwist wel dat een voldoende deel van deze klanten op eerlijke wijze is aangebracht en stelt daarom dat, in afwijking van de overeenkomst, geen recht bestaat op een bonus.
4.3.2.
In het kader van haar beroep op verrekening voert Innova aan dat de gestelde handelspraktijken haar vier vorderingen opleveren: terugbetaling van reeds uitbetaalde vergoedingen, schadevergoeding per product of aansluiting bij onterechte aanmelding, vergoeding van onderzoekskosten en terugbetaling van uitgekeerde vergoedingen en bonussen, waarvan kennelijk reeds het bedrag van de eerste en derde vordering gezamenlijk het totaalbedrag van de facturen 20240002, 20240006 en 20240018 overstijgt.
4.4.
Uit de Raamovereenkomst volgt dat het handelen van Helpdeskplus voor rekening en risico van Saleskantoor komt (artikel 5.4. en 5.7. Raamovereenkomst). Vastgesteld wordt verder dat Energie-Nederland geconstateerd heeft dat Helpdeskplus een werkwijze met Google Ads met belcomponenten heeft gehanteerd waarbij klanten dachten dat zij belden met de klantenservice van hun huidige energieleverancier, terwijl zij in werkelijkheid een prijsvergelijker (namelijk Helpdeskplus) aan de lijn hadden. Volgens Innova blijkt hieruit, evenals uit het door ETB verrichte onderzoek, dat Helpdeskplus zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken. Als gevolg hiervan heeft Innova, zo schrijft zij althans in haar e-mail van 20 maart 2024, van 1.214 actieve klanten met een eenjarig contract de verkoopgesprekken afgekeurd/niet ontvangen, terwijl zij voor elk van deze klanten € 220,- aan Saleskantoor heeft vergoed, in totaal dus € 254.940,-.
4.5.
De kantonrechter leidt uit deze e-mail en de stellingen van Innova af dat deze vordering is gebaseerd op artikel 4.1 Raamovereenkomst. In dit artikel staat, voor zover hier relevant, dat Innova – onverminderd het recht op schadevergoeding – een vordering heeft van 100% van de uitgekeerde vergoeding wanneer Saleskantoor zich schuldig maakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken. Zoals Innova kennelijk tot uitgangspunt neemt, moet deze bepaling zo worden uitgelegd dat voor elke klant waarvoor een vergoeding is uitgekeerd, een vordering van 100% van die vergoeding ontstaat zodra het Saleskantoor zich bij het aanbrengen van die klant aan een dergelijke handelspraktijk heeft schuldig gemaakt.
4.6.
Ter zake van de vordering van in totaal € 254.940,- die hieruit volgens Innova is ontstaan, heeft zij in de e-mail van 20 maart 2024 een beroep gedaan op verrekening met de (som van de) bedragen van facturen 20240002 en 20240006. Daarbij heeft Innova ook haar gestelde vordering voor de onderzoekskosten van ETB ter hoogte van € 14.710,- in de verrekening betrokken. Volgens Innova leidt dit ertoe dat de vordering van Saleskantoor tot betaling van de bedragen uit facturen 20240002 en 20240006 moet worden afgewezen. Een beroep op verrekening is een bevrijdend verweer.
4.7.
Het voorgaande bij elkaar genomen betekent dat Innova (1) ten aanzien van factuur 20240018 de stelplicht en bewijslast draagt van feiten en omstandigheden waaruit zou blijken dat Saleskantoor – ondanks het aantal door haar in december 2023 aangebrachte klanten – geen recht toekomt op de overeengekomen bonus en (2) ten aanzien van facturen 20240002 en 20240006 de stelplicht en bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden voor een geslaagd beroep op verrekening. Tot die voorwaarden behoort in de eerste plaats dat Innova een opeisbare vordering op Saleskantoor heeft. Dat betekent in dit geval dat Innova de feiten en omstandigheden die zij ten grondslag legt aan haar vorderingen tot terugbetaling van reeds uitbetaalde vergoedingen en tot vergoeding van onderzoekskosten voldoende moet onderbouwen.
4.8.
Ten aanzien van factuur 20240018 komt de beoordeling neer op de vraag of Innova voldoende heeft onderbouwd dat Saleskantoor zich (via Helpdeskplus) bij de in december 2023 aangebrachte sales (1.198 in totaal) in meer dan 198 gevallen schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken. Alleen dan is immers gerechtvaardigd dat Saleskantoor geen recht heeft op de overeengekomen bonus. Ten aanzien van facturen 20240002 en 20240006 draait de beoordeling om de vraag of Innova voldoende heeft onderbouwd dat bij circa 1.214 aangebrachte klanten (zoals genoemd in de e-mail van 20 maart 2024, welk aantal volgens Innova inmiddels zou zijn opgelopen tot 2.111) in de verkoopgesprekken sprake is geweest van oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken die terugbetaling van de uitgekeerde rechtvaardigen (zoals artikel 4.1. Raamovereenkomst vereist).
4.9.
De hiervoor genoemde vragen worden beide ontkennend beantwoord. Innova heeft weliswaar verwezen naar de onderzoeksresultaten van ETB, maar daaruit blijkt op geen enkele manier dat Saleskantoor (via Helpdeskplus) in december 2023 bij de totstandkoming van meer dan 198 sales, respectievelijk in totaal bij 1.124 (inmiddels 2.111) sales, oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken heeft gebruikt, of dat dit verondersteld moet worden. Saleskantoor is niet betrokken geweest bij het onderzoek en op basis van de summier beschreven bevindingen is niet controleerbaar of deze bevindingen juist zijn. De verkoopgesprekken zijn niet overgelegd, en evenmin is op contractniveau inzichtelijk gemaakt welke uitlatingen tijdens die gesprekken als oneerlijk en/of misleidend moeten worden aangemerkt.
4.10.
Ook is onduidelijk op welke wijze Innova tot de afkeuring van 1.124 sales is gekomen. Het kernverwijt dat zij Saleskantoor (Helpdeskplus) maakt, is dat zij zich zou hebben voorgedaan als de klantenservice van de huidige energieleverancier van de klant. Uit het onderzoek van ETB blijkt echter dat in 76% van de beluisterde gesprekken de agenten zich correct en eerlijk hebben voorgesteld en niet de indruk hebben gewekt voor een andere partij te werken Daaruit kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat dit in de overige 24% van de gesprekken niet het geval was, maar zelfs wanneer daarvan wordt uitgegaan, valt zonder nadere toelichting, die ook in deze procedure niet is gegeven, niet te begrijpen hoe Innova hiermee uitkomt op het aantal van (iets minder dan) 1.124 afgekeurde gesprekken (ter illustratie: 24% van 1.877 beluisterde gesprekken is ongeveer 450 gesprekken). Ook de verwijzing van Innova naar de mededeling van Energie-Nederland vormt geen afdoende onderbouwing, omdat deze slechts in algemene zin iets zegt over de werkwijze van Helpdeskplus. Overigens geldt dat Innova niet heeft betwist dat zij, via een medewerker op de werkvloer van Saleskantoor, betrokken is geweest bij de uitwerking van deze campagne.
4.11.
Nu een verdere onderbouwing van Innova ontbreekt, bestaat onvoldoende aanknopingspunt om te oordelen dat Saleskantoor zich (via Helpdeskplus) in genoemde gevallen schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken (waarmee Innova niet bekend was). Dit brengt tevens mee dat het de gevorderde onderzoekskosten aan een grondslag voor vergoeding ontbreekt. Innova baseert deze kosten op een onrechtmatige daad, maar het is onvoldoende komen vast te staan dat Saleskantoor (via Helpdeskplus) zich onrechtmatig heeft gedragen in de zin van artikel 6:162 lid 2 BW Pro. Daarnaast is niet onderbouwd dat de kosten van het onderzoek daadwerkelijk € 14.710,41 bedragen. Er is geen factuur van ETB overgelegd, noch enig bewijs van betaling door Innova aan ETB.
4.12.
Het voorgaande leidt ertoe dat Innova in beginsel – behoudens haar hierna te bespreken overige stellingen – het bedrag van factuur 20240018 dient te voldoen en dat niet is komen vast te staan dat Innova een geslaagd beroep kan doen op verrekening op grond van artikel 4.1. Raamovereenkomst.
4.13.
De stelling van Innova dat de Deelovereenkomst per 31 december 2023 is geëindigd en dat er geen nieuwe deelovereenkomst is gesloten (waardoor voor na die datum aangebrachte klanten geen overeenkomst zou bestaan op grond waarvan Saleskantoor deze klanten kan aanmelden en dus geen vergoedingsplicht zou bestaan), wordt gepasseerd. Zoals eerder overwogen, heeft Innova de juistheid van de facturen 20240002 en 20240006 van Saleskantoor, die betrekking hebben op de weken 1 en 2-3 van 2024 door haar aangebrachte klanten, niet betwist (ook niet in haar e-mail van 20 maart 2024). De hieruit voortvloeiende schuld moet daarom als vaststaand worden aangenomen. Om dezelfde reden wordt voorbijgegaan aan de stelling van Innova dat, doordat Saleskantoor geen bemiddelingsovereenkomsten heeft overgelegd, er geen verplichting tot acceptatie van de klant en daarmee tot betaling van commissie zou zijn ontstaan.
4.14.
Innova stelt dat zij geen vergoeding verschuldigd is over door haar aangebrachte sales en verwijst in dat kader naar (1) artikel 7:431 lid 1 BW Pro, (2) artikel 7:426 lid 2 BW Pro en (3) artikel 7:445 lid 1 jo Pro. 7:401-403 BW.
Ad 1.
4.14.1.
Artikel 7:431 lid 1 BW Pro bepaalt kort gezegd dat een handelsagent recht heeft op provisie voor de overeenkomsten die tijdens de agentuurovereenkomst tot stand zijn gekomen, indien deze totstandkoming het gevolg is van zijn tussenkomst. In de Raamovereenkomst is in artikel 3.1. bepaald dat recht op vergoeding bestaat bij een door Innova geaccepteerde aanmelding. In de Deelovereenkomst wordt vervolgens aangesloten bij het begrip netto contracten (artikel 5) en netto Contractant (artikel 8): dat is de contractant die op juiste wijze is aangemeld en die binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van de bevestigingsbrief niet heeft geannuleerd en/of is uitgevallen.
4.14.2.
Volgens Innova zijn leveringsovereenkomsten die het gevolg zouden zijn van oneerlijke en/of misleidende handelspraktijk niet tot stand gekomen, maar dat standpunt wordt niet gevolgd. Van dergelijke overeenkomsten zou hooguit kunnen worden betoogd dat sprake is van het ontbreken van de wil of van gebrekkige wilsvorming om het aanbod te aanvaarden. Dat betekent echter niet dat er geen leveringsovereenkomst tot stand is gekomen; het kan hoogstens leiden tot het ontstaan van een vernietigingsgrond, die dan ook nog ingeroepen en beoordeeld moet worden. Innova stelt dat sommige overeenkomsten reeds zijn of (nog zullen) worden ontbonden door de betrokken klanten (welke stelling bevestigt dat overeenkomsten tot stand zijn gekomen), maar die stelling heeft zij onvoldoende onderbouwd (zoals hierna zal blijken).
Ad 2.
4.14.3.
Het wettelijke uitgangspunt is dat een recht op provisie ontstaat zodra de overeenkomst met de derde tot stand is gekomen (zie hiervoor). Volgens Innova is het recht op provisie echter afhankelijk gesteld van de uitvoering van de door Saleskantoor bemiddelde leveringsovereenkomst en Saleskantoor gaat daar ook van uit. De kantonrechter stelt daarentegen vast dat in de overeenkomst is geregeld dat Innova een vergoeding verschuldigd is voor door Innova geaccepteerde aanmeldingen, waardoor een (na veertien dagen definitieve) leveringsovereenkomst tot stand is gekomen. In de overeenkomst lijkt niet duidelijk en ondubbelzinnig te zijn afgesproken dat alleen een vergoeding verschuldigd is wanneer de leveringsovereenkomst daadwerkelijk wordt uitgevoerd (vgl. artikel 7:432 lid 2 BW Pro).
4.14.4.
Indien echter moet worden aangenomen dat, zoals partijen menen, overeengekomen is dat het recht op provisie afhankelijk is van de uitvoering van de bemiddelde leveringsovereenkomst, slaagt het beroep van Innova op artikel 7:426 lid 2 BW Pro niet. Op grond van deze bepaling is de principaal (in dit geval Innova) in beginsel het loon verschuldigd, zelfs indien de bemiddelde overeenkomst niet wordt uitgevoerd. Dit is alleen anders indien de niet-uitvoering van die overeenkomst niet aan de principaal kan worden toegerekend. Dit volgt uit artikel 7:426 lid 2 BW Pro, dat voor agentuurovereenkomsten van dwingend recht is (artikel 7:445 lid 1 BW Pro). Met de regel van artikel 7:426 lid 2 BW Pro wordt de bewijslast verlegd: het is aan de principaal (Innova) om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de niet-uitvoering van de bemiddelde overeenkomst niet aan hem kan worden toegerekend. De beoordeling hiervan geschiedt aan de hand van artikel 6:75 BW Pro. Voorbeelden van omstandigheden die aan de principaal kunnen worden toegerekend, zijn het tekortschieten van een leverancier, schaarste van werkkrachten, een staking onder het personeel, niet-nakoming door de wederpartij of overmacht van de principaal.
4.14.5.
Innova stelt dat als gevolg van de door haar gestelde oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken van Saleskantoor (via Helpdeskplus) veel leveringsovereenkomsten zijn/worden opgezegd, en dat om die reden de niet-uitvoering van deze overeenkomsten niet aan haar te wijten is. Hoewel Innova dit aanvoert, heeft zij hiervoor geen enkele verifieerbare onderbouwing overgelegd. Het is onduidelijk hoeveel leveringsovereenkomsten daadwerkelijk zijn opgezegd en ook hoeveel van deze opzeggingen niet-toerekenbaar zouden zijn aan Innova omdat zij het gevolg zouden zijn van misleidende en/of oneerlijke handelspraktijken van Saleskantoor (via Helpdeskplus). In dit verband wordt verwezen naar hetgeen hiervoor is overwogen, en voorts naar de beoordeling ten aanzien van reconventionele clawback op churn-vordering. Het beroep op artikel 7:426 lid 2 BW Pro wordt als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.
Ad 3.
4.14.6.
Dat Saleskantoor mogelijk in strijd heeft gehandeld met haar zorgplicht als (goed) opdrachtnemer ex artikel 7:401-403 BW, staat evenmin in de weg aan toewijzing van de gevorderde factuurbedragen. Innova lijkt te betogen dat zij geen provisie hoeft te betalen vanwege het feit dat Saleskantoor deze op haar rustende zorgplicht zou hebben geschonden, maar dat standpunt is onjuist. Een dergelijke omstandigheid tast het recht op provisie namelijk niet aan. Die verbintenis kan slechts tenietgaan door ontbinding, bijvoorbeeld wegens dit handelen, maar een dergelijk rechtsgevolg heeft Innova niet ingeroepen. Het beroep op artikel 7:401-403 BW wordt daarom eveneens verworpen.
4.15.
Nu geen van de door Innova aangevoerde verweren slaagt, ligt het door Saleskantoor gevorderde bedrag van in totaal € 262.473,20 voor toewijzing gereed. De wettelijke handelsrente zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen zoals gevorderd.
4.16.
Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing op het gevorderde bedrag. Voor het ontstaan van een aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten volstaat één incassohandeling. Het is niet relevant welke incassohandeling dat is; het versturen van een enkele brief is voldoende. De stelling van Innova dat de gemachtigde van Saleskantoor een standaardsommatie heeft verstuurd, bevestigt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot het bedrag dat overeen komt met het in het Besluit bepaalde tarief horend bij de toe te wijzen hoofdsom, te weten € 3.087,37. De wettelijke rente hierover is als onweersproken en op de wet gegrond eveneens toewijsbaar.
De ontbinding is rechtsgeldig
4.17.
Waar Saleskantoor aanvankelijk vorderde om de Raamovereenkomst te ontbinden, heeft zij bij akte van 23 januari 2025 in deze procedure zelf de ontbinding daarvan ingeroepen en haar eis gewijzigd in een verklaring voor recht dat de Raamovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Saleskantoor heeft haar ontbindingsverklaring als volgt geformuleerd:
“26. Saleskantoor ontbindt buitenrechtelijk de overeenkomst met lnnova wegens dringende reden (artikel 7:439 BW Pro) Voor zover kan lnnova kantnummer 26 beschouwen als de mededeling van ontbinding van de overeenkomst aan haar gericht.”
Verder schrijft zij:
“27. Reden voor de ontbinding zijn gelegen in het feit dat lnnova de betalingen aan Saleskantoor reeds ten onrechte heeft opgeschort. lnnova is gesommeerd tot voldoening en ongedaan making van de tekortkomingen, maar heeft zij geen gevolg gegeven aan deze sommatie. Sindsdien is lnnova in verzuim en verzoek Saleskantoor uw rechtbank om de overeenkomst met lnnova te ontbinden. Behoudens het inhouden van betalingen en niet uitkeren van provisies die toekomen aan Saleskantoor, geeft lnnova tevens geen uitvoering meer aan de overeenkomst met Saleskantoor. Eveneens beschuldigt lnnova Saleskantoor voor haar werkwijze. Voorts komt lnnova de wettelijke bepalingen niet na en in het verleden eveneens afgeweken van dwingrechtelijke bepalingen van de agentuurovereenkomst, wat volgens Saleskantoor een blijvende tekortkoming oplevert wat een ontbinding wegens dringende reden rechtvaardigt.”
4.18.
De wijze waarop Saleskantoor – die geen beroep doet op enige contractuele ontbindingsmogelijkheid – de ontbinding inroept, stelt de kantonrechter voor een processueel probleem. De ontbinding kan namelijk in de eerste plaats niet worden gebaseerd op artikel 7:439 BW Pro, dat partijen de mogelijkheid geeft de agentuurovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen bij een dringende reden (eventueel onder de verplichting tot schadeloosstelling van de wederpartij). Vast staat dat de omstandigheden waarop Saleskantoor haar ontbindingsverklaring heeft gebaseerd (het ten onrechte opschorten van betalingen door Innova, het niet uitvoeren van de overeenkomst, beschuldigingen over haar werkwijze en het niet naleven van wettelijke bepalingen) zich al geruime tijd vóór het aanhangig maken van deze procedure voordeden en dat Saleskantoor daarvan toen al op de hoogte was. Daarin heeft zij op dat moment geen aanleiding gezien om de overeenkomst op grond van een dringende reden te beëindigen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, wordt er daarom van uitgegaan dat Saleskantoor zelf (ook) van mening was dat de door haar gestelde omstandigheden niet van zodanige aard waren dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verlangd de overeenkomst (tijdelijk) in stand te laten, zodat de overeenkomst op dit moment op deze grond niet rechtsgeldig kan worden ontbonden.
4.19.
De ontbinding kan evenmin worden gestoeld op artikel 7:440 BW Pro, voor zover Saleskantoor daarop al een beroep heeft willen doen. Dit artikel geeft partijen de bevoegdheid om onder bepaalde omstandigheden een ontbindingsverzoek aan de rechter voor te leggen. Uit de bewoordingen van artikel 7:440 lid Pro 1 (“verzoeken”) en lid 4 BW (“verzoekschrift”) volgt dat een dergelijk verzoek middels een verzoekschriftprocedure aanhangig dient te worden gemaakt. In deze procedure, die is ingeleid met een dagvaarding, bestaat daarom geen ruimte om de Raamovereenkomst op grond van artikel 7:440 BW Pro te ontbinden.
4.20.
Omdat naast de ontbindingsregeling van artikel 7:440 BW Pro ook de algemene ontbindingsregeling van artikel 6:265 BW Pro op de agentuurovereenkomst van toepassing is, zal het beroep op ontbinding van Saleskantoor worden beoordeeld aan de hand van laatstgenoemde regeling. Naar het oordeel van de kantonrechter hoeven in een geval als het onderhavige, waarin het niet de principaal maar de handelsagent is die de ontbinding inroept, de eisen van artikel 7:440 BW Pro daarbij niet in acht genomen te worden (vgl. ECLI:NL:GHSHE:2023:1923).
4.21.
Voor ontbinding moet sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst. Uit hetgeen hiervoor is overwogen in het kader van het beroep van Innova op verrekening, volgt niet alleen dat Innova niet bevoegd was tot verrekening, maar ook dat zij niet bevoegd was haar betalingsverplichtingen uit de Raamovereenkomst en Deelovereenkomst op te schorten. Innova had immers geen opeisbare vordering, terwijl dit een vereiste is voor een geldig beroep op opschorting. Door desondanks haar verplichtingen op te schorten, is Innova tekortgeschoten in de nakoming van de Raamovereenkomst. Als uitgangspunt geldt dat een onterechte opschorting ertoe leidt dat degene die zich op die opschorting beroept, op grond van artikel 6:83 onder Pro c BW direct in verzuim raakt. Saleskantoor was daarom reeds op deze grond gerechtigd de overeenkomst met Innova te ontbinden. Aan het vereiste van artikel 6:267 BW Pro dat een schriftelijke ontbindingsverklaring moet worden uitgebracht is met de door Saleskantoor genomen akte van 23 januari 2025 eveneens voldaan.
4.22.
Gelet op het voorgaande zal de op dit punt gevorderde verklaring voor recht worden toegewezen, met dien verstande dat daarin als ontbindingsdatum 23 januari 2025 zal worden opgenomen.
Innova hoeft niet meer aan provisie te betalen dan zij al heeft gedaan en nog moet doen
4.23.
Afgesproken is dat Innova een vergoeding verschuldigd is voor door Saleskantoor aangebrachte en door Innova geaccepteerde aanmeldingen waarvoor een leveringsovereenkomst tot stand komt. Dit sluit aan bij het wettelijke uitgangspunt dat een handelsagent recht heeft op provisie voor overeenkomsten die door zijn tussenkomst tot stand zijn gekomen. Als zou zijn afgesproken dat het recht op provisie afhankelijk is van de uitvoering van de leveringsovereenkomst – zoals Saleskantoor en Innova stellen – dan is de stelling van Saleskantoor juist dat het aan Innova is om te stellen en, bij gemotiveerde betwisting, te bewijzen dat de niet-uitvoering van een bemiddelde overeenkomst (de leveringsovereenkomst tussen Innova en haar afnemer) buiten haar risicosfeer valt.
4.24.
In beide gevallen, dus ongeacht of het recht op provisie afhankelijk is gesteld van de uitvoering van de bemiddelde overeenkomst, geldt dat voor het ontstaan van een recht op provisie minimaal vast moet komen te staan dat daadwerkelijk een bemiddelde overeenkomst tot stand is gekomen. Op basis van de Raamovereenkomst en Deelovereenkomst betekent dit in het onderhavige geval dat vast moet komen te staan dat er aanmeldingen zijn geweest, op welke producten die aanmeldingen betrekking hebben gehad en dat deze aanmeldingen door Innova zijn geaccepteerd als gevolg waarvan uiteindelijk leveringsovereenkomsten tot stand zijn gekomen. De stelplicht en bewijslast hiervan rusten op Saleskantoor.
4.25.
De kantonrechter begrijpt dat het door Saleskantoor genoemde bedrag aan provisiewaarde van € 1.825.320,-, dat het vertrekpunt is voor haar nakomingsvordering, betrekking heeft op alle unieke EAN’s die Saleskantoor vanaf het begin van de samenwerking tot en met week 2-3 van 2024 bij Innova heeft aangebracht. Saleskantoor baseert deze waarde op een overzicht uit Salesdock, het systeem waarop volgens haar de facturatie richting Innova is gebaseerd. In het door Saleskantoor gedeelde Salesdock-overzicht staat vermeld dat er 9.436 unieke klanten en 17.384 EAN’s zijn aangebracht. Zoals gezegd, is Saleskantoor bij de berekening van haar vordering uitgegaan van dit aantal EAN’s. Innova heeft daarentegen aangegeven dat Saleskantoor 9.443 klanten heeft aangemeld.
4.26.
Het is de kantonrechter niet duidelijk op grond waarvan Saleskantoor uitgaat van het aantal EAN’s als beslissend criterium voor de verschuldigdheid en berekening van de door haar gevorderde vergoeding. In de Raamovereenkomst is namelijk bepaald dat het aantal geaccepteerde aanmeldingen relevant is, terwijl de Deelovereenkomst spreekt over netto contracten en netto contractanten. Nergens staat omschreven dat Innova aan Saleskantoor een vergoeding verschuldigd is per aansluiting en evenmin blijkt uit de feitelijke gang van zaken dat Innova maandelijks op basis van de door Saleskantoor aangeleverde gegevens provisie uitbetaalde per EAN. Eveneens onduidelijk is hoe Saleskantoor komt tot een provisiewaarde van € 1.825.320,-, nu zij niet heeft onderbouwd hoeveel een-, drie- of vierjarige leveringsovereenkomsten als gevolg van haar bemiddeling met Innova tot stand zijn gekomen. Dit is een relevant gegeven, nu voor elke leveringsovereenkomst een eigen vergoeding geldt, die hoger is naarmate de overeenkomst langer duurt.
4.27.
Anders dan Saleskantoor stelt, is de juistheid van de in Salesdock opgevoerde aantallen ook niet controleerbaar op basis van enkel de overgelegde overzichten. Nergens blijkt dat de gegevens in Salesdock daadwerkelijk afkomstig zijn uit de systemen van Innova, zoals Saleskantoor stelt, en ook niet dat de genoemde aantallen juist en volledig zijn. Er is geen verifieerbare onderbouwing van de onderliggende aanmeldingen overgelegd. Zo ontbreken individuele (klant)dossiers of andere documenten waaruit de daadwerkelijke aanmelding per lead blijkt en stukken waaruit de verwerking van aanmeldingen in de systemen van Innova kan worden afgeleid en waaruit de acceptatie of afwijzing van een aanmelding volgt. Inzage in dergelijke controleerbare gegevens wordt noodzakelijk geacht om vast te kunnen stellen hoeveel aanmeldingen daadwerkelijk zijn gedaan, welke daarvan door Innova zijn geaccepteerd en in hoeveel gevallen dit heeft geleid tot een leveringsovereenkomst. Het had van Saleskantoor mogen worden verwacht dat zij dergelijke nadere informatie zou verstrekken, gelet op haar eigen stelling dat zij voor iedere aangebrachte lead op klantniveau wervings- en opvolgwerkzaamheden heeft verricht “
waaronder verificatie, overdracht van gegevens en administratieve afhandeling”. Juist uit dergelijke werkzaamheden zouden controleerbare registraties en bescheiden moeten zijn voortgevloeid.
4.28.
Omdat Saleskantoor haar vordering, tegenover de betwisting van Innova dat zij niet meer verschuldigd is dan zij voor de aangebrachte klanten reeds heeft betaald, onvoldoende heeft onderbouwd, kan niet worden vastgesteld in hoeverre zij over de betreffende periode daadwerkelijk recht heeft op een vergoeding, boven op het over deze periode reeds door Innova uitgekeerde bedrag (€ 826.240,-) en het gevorderde en toe te wijzen bedrag (€ 262.473,20). Haar restantvordering zal daarom worden afgewezen. Bij deze uitkomst kan het beroep op rechtsverwerking van Innova verder onbesproken blijven.
Saleskantoor heeft geen recht op een klantenvergoeding
4.29.
Ingevolge artikel 7:442 lid 1 BW Pro heeft de handelsagent, ongeacht het recht om schadevergoeding te vorderen, bij het einde van de agentuurovereenkomst recht op een klantenvergoeding voor zover de handelsagent de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of de overeenkomsten met de bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid, de overeenkomsten met deze klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren en de betaling van deze vergoeding billijk is, gelet op alle omstandigheden, in het bijzonder op de verloren provisie uit de overeenkomsten met deze klanten.
4.30.
Nu Saleskantoor aanspraak maakt op deze klantenvergoeding, dient zij te stellen en eventueel te bewijzen respectievelijk aannemelijk te maken (1) dat zij klanten heeft aangebracht of de overeenkomsten met bestaande klanten heeft uitgebreid en (2) dat dit Innova nog aanzienlijke en blijvende voordelen oplevert. Bij bedoelde voordelen gaat het om voordelen die de principaal toevallen na beëindiging van de agentuurovereenkomst. Wat niet relevant is of, anders dan Saleskantoor lijkt te suggereren, de agent door het einde van de agentuurovereenkomst de mogelijkheid op contractueel bedongen vergoeding is ontnomen.
4.31.
Niet ter discussie staat dat Saleskantoor ongeveer 9.440 nieuwe klanten heeft aangebracht (Saleskantoor gaat uit van 9.436; Innova van 9.443). Omdat in dit geval de Raamovereenkomst als gevolg van de ontbindingsverklaring van Saleskantoor per 23 januari 2025 is beëindigd, is van belang in hoeverre de door Saleskantoor aangebrachte klanten – die allen vóór week 4 van 2024 zijn geworven – na die datum nog klant zijn c.q. waren. Innova heeft gesteld dat het merendeel van deze klanten binnen een jaar weer is vertrokken (in totaal 82%). Saleskantoor heeft tegenover die stelling onvoldoende onderbouwd dat 86% van de door haar aangebrachte en door Innova geaccepteerde klanten ook na 23 januari 2025 klant is gebleven. Verder heeft Saleskantoor niets aangevoerd over de vraag in hoeverre de klanten die na die datum nog wél klant waren, dat nu nog steeds zijn. Daarmee is onvoldoende gebleken dat sprake is van ‘aanzienlijke’ en blijvende voordelen.
4.32.
Daarnaast wordt een klantenvergoeding in de gegeven omstandigheden niet billijk geacht. Van belang is dat door het einde van de Raamovereenkomst geen reeds opgebouwd recht op provisie verloren gaat. De provisie was immers eenmalig en direct gekoppeld aan de leveringsovereenkomsten die daadwerkelijk tot stand zijn gebracht. Wat Saleskantoor feitelijk verliest, is uitsluitend de mogelijkheid om in de toekomst nieuwe provisies te genereren door het aanbrengen van nieuwe klanten. Het verlies van een dergelijke kans vormt in beginsel geen grond voor een klantenvergoeding, maar wordt beschouwd als onderdeel van het normale ondernemersrisico waarvan temeer sprake is in een volatiele en competitieve markt zoals de energiemarkt, waarin klanten regelmatig overstappen en de duur van klantrelaties per definitie onzeker is. Tegen deze achtergrond is het niet billijk om een klantenvergoeding toe te kennen.
4.33.
Saleskantoor heeft daarom geen recht op een klantenvergoeding, zodat de vordering zal worden afgewezen.
Innova hoeft geen (gefixeerde) schadevergoeding te betalen
4.34.
Hoewel Saleskantoor dit niet expliciet heeft vermeld, volgt uit haar stellingen dat de grondslag van haar vordering tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding artikel 7:441 BW Pro betreft. Artikel 7:441 BW Pro regelt de omvang van de schadeplicht krachtens artikel 7:439 lid 1 BW Pro, artikel 7:439 lid 3 BW Pro of artikel 7:440 lid 2 BW Pro en gaat uit van een te betalen gefixeerd schadebedrag gelijk aan het loon dat de handelsagent zou hebben ontvangen bij regelmatige beëindiging van de agentuurovereenkomst. In dit geval is echter geen sprake van een beëindiging ingevolge artikel 7:439 BW Pro wegens een dringende reden en evenmin van een ontbinding ingevolge artikel 7:440 BW Pro, maar van een ontbinding ingevolge artikel 6:265 BW Pro. Artikel 7:441 BW Pro kan daarom niet als grondslag dienen voor de gevorderde gefixeerde schadevergoeding.
4.35.
In het geval ontbinding plaatsvindt op grond van artikel 6:265 BW Pro, zoals hier het geval is, moet op grond van artikel 6:277 lid 1 BW Pro de partij wier tekortkoming grond voor de ontbinding heeft opgeleverd aan de wederpartij de schade vergoeden die deze lijdt, doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding heeft plaatsgevonden. Dit betreft een ‘reguliere’ schadevergoeding, voor toewijzing waarvan de schade gesteld en onderbouwd dient te worden (door, in dit geval, Saleskantoor). De gevorderde verklaring voor recht – die uitgaat van een recht op een gefixeerde schadevergoeding – is dan ook in geen geval toewijsbaar. De omvang van de schadevergoeding ex artikel 6:277 lid 1 BW Pro wordt vastgesteld door met elkaar te vergelijken:
  • enerzijds, de hypothetische situatie waarin Saleskantoor zou hebben verkeerd bij een onberispelijke wederzijdse nakoming en,
  • anderzijds, de feitelijke situatie waarin Saleskantoor nu – dus na ontbinding van de overeenkomst zonder schadevergoeding – verkeert.
4.36.
Saleskantoor heeft de door haar gevorderde vergoeding van € 1.037.759,81 berekend door de door haar gestelde totaal behaalde provisiewaarde van € 1.825.320,- door het aantal dagen te delen dat zij voor Innova heeft gewerkt (107 dagen), resulterend in een provisiewaarde per dag van € 17.060,-. Dat bedrag heeft zij vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen van de opzegtermijn (60,83 dagen). Volgens Saleskantoor had zij, indien de Raamovereenkomst tot het einde van de looptijd zou hebben voortgeduurd, in totaal € 10.320.734,- aan provisie had kunnen verdienen.
4.37.
Zoals hiervoor is overwogen, heeft Saleskantoor onvoldoende onderbouwd dat de dat de totale provisiewaarde van de door haar voor Innova bemiddelde overeenkomst daadwerkelijk € 1.825.320,- bedraagt. Omdat dit bedrag de basis vormt voor de berekening van haar vordering, is deze reeds om die reden onvoldoende onderbouwd. Daarbij komt dat Saleskantoor niet heeft betwist dat alleen een uitonderhandelde deelovereenkomst tot een mogelijke vergoeding voor bemiddelde overeenkomsten kan leiden. Vast staat dat de Deelovereenkomst door tijdsverloop per 1 januari 2024 is geëindigd. Niet is gebleken dat Innova en Saleskantoor – ondanks een volgens Innova per abuis gedaan aanbod en gestuurde reminder – aansluitend een nieuwe deelovereenkomst (tot het einde van de looptijd van de Raamovereenkomst) zijn aangegaan. Omdat Saleskantoor in dit licht onvoldoende heeft onderbouwd dat en welke schade zij lijdt als gevolg van de ontbinding per 23 januari 2025, zal ook deze vordering worden afgewezen. Voor een verwijzing naar de schadestaatprocedure bestaat geen aanleiding.
Innova hoeft niet meer aan buitengerechtelijke kosten te betalen
4.38.
Omdat het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 6.775,- betrekking heeft op de gevorderde restantprovisie, klantenvergoeding en gefixeerde schadevergoeding en geen van deze vorderingen wordt toegewezen, ontbreekt ook de grondslag voor toewijzing van de buitengerechtelijke kosten. Deze vordering zal daarom eveneens worden afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd
4.39.
Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
4.40.
Innova verzet zich tegen de door Saleskantoor gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad en voert aan dat sprake is van restitutierisico indien zij in hoger beroep alsnog gelijk krijgt en Saleskantoor de ontvangen bedragen niet kan terugbetalen. Uit de financiële gegevens van Saleskantoor over 2022 en 2023 blijkt echter dat zij (toen) over voldoende liquiditeit en vermogenspositie beschikt(e) om het toe te wijzen bedrag – dat aanzienlijk minder is dan het totaal gevorderde bedrag – eventueel te kunnen restitueren. Het enkele feit dat deze jaarrekeningen niet binnen de wettelijke termijn zijn gedeponeerd, vormt geen aanwijzing dat Saleskantoor financieel niet in staat zou zijn tot terugbetaling. Er bestaat geen concrete aanleiding om te veronderstellen dat de financiële positie van Saleskantoor na ultimo 2023 wezenlijk (negatief) is veranderd. Saleskantoor heeft bovendien toegelicht dat haar opmerking ter zitting dat zij “
niet zo’n lange adem” zou hebben, niet bedoeld was als een aanwijzing van financiële onmacht, maar juist zag op haar belang bij een voortvarende afhandeling van onderhavige procedure. Tegen deze achtergrond is de vrees van Innova onvoldoende onderbouwd om af te wijken van het uitgangspunt dat veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard als daarom wordt gevraagd. Er wordt geen aanleiding gezien om aan die uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld.
In reconventie
Saleskantoor hoeft geen bedrag aan vergoeding of onderzoekskosten (terug) te betalen
4.41.
Het eerste onderdeel van de vordering van Innova gaat uit van het bestaan een vordering op Saleskantoor uit hoofde van de Raamovereenkomst ter hoogte van in totaal € 269.650,41. Deze vordering bestaat uit (i) terugbetaling van onterecht uitbetaalde vergoedingen en (ii) vergoeding van de onderzoekskosten van ETB, en is volgens Innova ontstaan als gevolg van misleidende en/of oneerlijke handelspraktijken van Saleskantoor (via Helpdeskplus). Volgens Innova resteert na verrekening met de door Saleskantoor verzonden facturen nog een bedrag van € 96.930,41, althans € 43.448,41. Deze vordering is echter niet toewijsbaar. Ter motivering van dat oordeel wordt verwezen naar hetgeen is overwogen bij de beoordeling van de stellingen die Innova heeft aangevoerd tegen het eerste onderdeel van de vordering van Saleskantoor. De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten deelt hetzelfde lot.
Saleskantoor hoeft ook geen clawback op churn-vergoeding te betalen
4.42.
Als grondslag voor de vordering tot vergoeding in verband met de clawback op churn, verwijst Innova naar artikel 4.6. Raamovereenkomst en artikel 8 Deelovereenkomst Pro. Artikel 4.6. Raamovereenkomst bepaalt, kort gezegd, dat Innova een vordering op Saleskantoor heeft ter hoogte van 100% van de uitgekeerde vergoeding wanneer de leveringsovereenkomst eindigt binnen de in de Deelovereenkomst genoemde termijn. Artikel 8 van Pro de Deelovereenkomst houdt, eveneens kort gezegd, in dat wanneer de leveringsovereenkomst binnen de eerste drie maanden na de startdatum eindigt, recht bestaat op 100% van de churn.
4.43.
Los van de vraag of deze clawback-regeling wegens strijd met artikel 7:426 lid 2 BW Pro nietig is, geldt het volgende. Innova heeft gesteld dat aanvankelijk 1.214 klanten de overeenkomst vroegtijdig hadden opgezegd, maar dat dit aantal over de periode september-december 2023 is opgelopen tot 2.111. Uitgaande van deze aantallen zou de terugbetalingsverplichting in verband met de uitgekeerde bonussen € 180.630,- bedragen, aldus Innova. Ter onderbouwing van de door haar genoemde aantallen, verwijst Innova naar een overzicht en een specificatie. Volgens het overzicht zouden in genoemde periode 2.111 klanten zijn ‘uitgeswitcht’, terwijl in de specificatie het bedrag van € 180.630,- wordt gespecificeerd, onder meer aan de hand van het clawback-percentage op het aantal netto sales (één- en driejarige contracten) over de maanden september-december 2023.
4.44.
Bij gebrek aan een nadere toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk wie het overzicht en de specificatie heeft opgesteld en waar deze documenten vandaan komen. Innova heeft hierover niets gesteld en ook uit de producties zelf blijkt dit niet. Belangrijker nog is dat nergens uit blijkt dat de genoemde aantallen daadwerkelijk juist zijn. Innova heeft geen enkele onderbouwing overgelegd van het aantal voortijdig beëindigde leveringsovereenkomsten, laat staan van het aantal leveringsovereenkomsten dat binnen drie maanden na de startdatum is beëindigd, zoals artikel 8 van Pro de Deelovereenkomst vereist om aanspraak te kunnen maken op de clawback op churn-vergoeding. Er zijn geen onderliggende leveringsovereenkomsten overgelegd, noch bewijsstukken van beëindiging daarvan. Bij gebrek aan enige verifieerbare onderbouwing kan niet worden uitgegaan van de juistheid van de aantallen die Innova noemt. Omdat de vordering op deze aantallen is gebaseerd, zal deze worden afgewezen, evenals de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
4.45.
Innova heeft weliswaar bewijs aangeboden van deze aantallen, maar het had van haar verwacht mogen worden dat zij haar vordering reeds van enige onderbouwing had voorzien. De stelplicht, die op Innova rust, houdt namelijk onder meer in dat alle relevante stukken in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure dienen te worden overgelegd. Aan deze stelplicht is niet voldaan met enkel het overzicht en de specificatie, omdat de daarin genoemde aantallen, zoals overwogen, zonder onderliggende stukken – die kennelijk wel bestaan maar niet zijn overgelegd – niet te controleren zijn op juistheid. In dit geval klemt dat temeer nu er in deze zaak niet één maar twee schriftelijke rondes hebben plaatsgevonden. Gelet hierop wordt voor nadere bewijslevering geen plaats gezien.
De gevraagde verklaring voor recht zal niet worden afgegeven
4.46.
De gevorderde verklaring voor recht is evenmin toewijsbaar, nu iedere grondslag daarvoor ontbreekt. Uit de voorgaande overwegingen volgt immers dat onvoldoende is onderbouwd dat Saleskantoor tekortgeschoten is in de nakoming van de afspraken in de mate zoals Innova stelt en zich (via Helpdeskplus) schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken op grond waarvan zij jegens Innova schadeplichtig zou zijn.
Innova moet de proceskosten betalen
4.47.
Innova is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Saleskantoor worden begroot op € 1.765,50 (1,5 punten x € 1.087,- aan salaris gemachtigde en € 135,- aan nakosten). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.Beslissing

De kantonrechter:
In conventie
5.1.
verklaart voor recht dat de Raamovereenkomst tussen partijen gekwalificeerd/beschouwd kan worden als een agentuurovereenkomst;
5.2.
veroordeelt Innova tot betaling aan Saleskantoor tegen een behoorlijk bewijs van kwijting van € 262.473,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 135.042,05 vanaf 17 januari 2024, over € 73.949,15 vanaf 1 februari 2024 en over € 53.482,00 vanaf 26 februari 2024, tot de dag der algehele voldoening;
5.3.
veroordeelt Innova tot betaling aan Saleskantoor van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 3.087,37, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vijftien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;
5.4.
verklaart voor recht dat de Raamovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden per 23 januari 2025;
5.5.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
5.6.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af;
In reconventie
5.8.
wijst de vorderingen af;
5.9.
veroordeelt Innova in de proceskosten van € 1.765,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en bepaalt dat als Innova niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, zij ook de kosten van betekening moet betalen;
5.10.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. E.A.W. Schippers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2025.

Voetnoten

1.In het letterlijke citaat hieronder heeft de kantonrechter voor de leesbaarheid ‘Partij A’ vervangen door ‘Innova’ en ‘Partij B’ vervangen door ‘Saleskantoor’.
2.Onder het begrip Afnemer(s) wordt onder de Raamovereenkomst verstaan particuliere en zakelijke klanten die bevoegd zijn te beslissen over het energiecontract.
3.Onder het begrip Leveringsovereenkomst(en) wordt onder de Raamovereenkomst verstaan een rechtsgeldige overeenkomst tussen Afnemer en Innova voor de levering van elektriciteit en/of gas door Innova aan Afnemer.
4.Onder het begrip Contractant(en) wordt onder de Raamovereenkomst verstaan een Afnemer, die een aanbod heeft aanvaard om met Innova een Leveringsovereenkomst voor elektriciteit en/of gas aan te gaan.
5.In dit citaat is wederom ‘Partij A’ vervangen door ‘Innova’ en ‘Partij B’ vervangen door ‘Saleskantoor’.