Eiser, een Bengali die lid is van de Bangladesh National Party, diende in 2019 en opnieuw in 2023 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij meldde te zijn bedreigd en te vrezen voor zijn leven bij terugkeer naar Bangladesh.
De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij de identiteit en het lidmaatschap van eiser werden geaccepteerd, maar de geloofwaardigheid van de aanval en de gevolgen daarvan werden betwijfeld. De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde documenten, waaronder een arrestatiebevel en brieven van een advocaat en de BNP, niet authentiek of onvoldoende onderbouwd waren.
Eiser voerde aan dat de minister de samenwerkingsplicht had geschonden en onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische problemen en aanvullende verklaringen, maar deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op vervolging loopt.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en werd eiser geen verblijfsvergunning toegekend. De rechtbank wees ook de proceskostenvergoeding af.