ECLI:NL:RBDHA:2025:23766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan wegens ontbreken mvv
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 8 oktober 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 2 november 2024 af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en hij niet van dit vereiste werd vrijgesteld.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de minister handhaafde het besluit op 27 mei 2025. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil was of het mvv-vereiste terecht tegen eiser kon worden toegepast, gezien zijn Turkse nationaliteit en het Turks associatierecht. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin het mvv-vereiste als afwijzingsgrond voor Turkse zelfstandigen werd bevestigd. Omdat de beroepsgronden van eiser overeenkwamen met eerdere verworpen gronden, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Eiser kreeg geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Harten en griffier F. Metz op 9 december 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.