ECLI:NL:RBDHA:2025:23767
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing en ongeloofwaardigheid
Eiser, een Iraakse Turkmeense man, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in. Eerdere aanvragen werden afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij de rechtbank de geloofwaardigheid van zijn relaas betwijfelde. In zijn opvolgende aanvraag stelde eiser dat een overval op de kapperszaak van zijn broer een directe bedreiging voor zijn leven vormt. Hij overhandigde screenshots van video-opnamen ter onderbouwing.
De verweerder wees de aanvraag af omdat de screenshots afkomstig waren van een niet-verifieerbare bron en onvoldoende bewijs leverden dat de overval daadwerkelijk had plaatsgevonden. Ook waren de eerdere incidenten ongeloofwaardig bevonden. Eiser kon geen aanvullende details over de overvallers geven, wat de rechtbank niet aannemelijk achtte.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om de video’s te overleggen, maar dit niet op de juiste wijze had gedaan. Ook aanvullende documenten, zoals vertalingen van aangiften door familieleden, werden onvoldoende geacht omdat de originele documenten ontbraken en de bronnen niet objectief verifieerbaar waren.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas niet samenhangend en aannemelijk was en dat de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.