ECLI:NL:RVS:2019:3082
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling buitenbehandelingstelling asielaanvraag wegens onvoldoende toelichting en bewijs
De staatssecretaris stelde een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel buiten behandeling omdat de vreemdeling onvoldoende had gereageerd op verzoeken om informatie en geen originele documenten had overgelegd. De rechtbank had dit besluit vernietigd en bepaald dat de asielprocedure moest worden voortgezet.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat de vreemdeling onvoldoende individuele toelichting had gegeven op zijn opvolgende asielaanvraag en dat alleen kopieën van documenten waren ingediend in plaats van originelen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris terecht tot buitenbehandelingstelling kon overgaan wanneer de verstrekte informatie onvoldoende is en de vreemdeling niet adequaat reageert op verzoeken om aanvullende informatie.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende had toegelicht waarom zijn verdieping in het christelijke geloof een nieuwe asielaanvraag rechtvaardigde en dat het niet aannemelijk was gemaakt dat originele documenten waren overgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.