ECLI:NL:RBDHA:2025:23771

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL24.45468
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 8:72 AwbArt. 29 VwArt. 3.37d Voorschrift Vreemdelingen 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke uitspraak over gegrondheid asielaanvraag Kameroense vreemdeling met vrees voor militairen en separatisten

Eiser, een Kameroense nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 18 april 2023 een asielaanvraag in Nederland in, stellende te vrezen voor vervolging door militairen en separatisten vanwege zijn vermeende activiteiten en eerdere arrestaties. Verweerder wees de aanvraag op 24 oktober 2024 af wegens het aannemen van een binnenlands beschermingsalternatief en twijfels over de geloofwaardigheid van het relaas, met name over een arrestatie en ontsnapping in 2021.

De rechtbank behandelde het beroep op 19 november 2025 en oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom hij het asielrelaas over de gebeurtenissen in 2021 ongeloofwaardig achtte. De rechtbank nam daarbij mee dat het ontbreken van nieuwsberichten over de hinderlaag en gevangenisaanval niet afdoet aan de geloofwaardigheid, mede gelet op de instabiele situatie in Kameroen. Ook werden door eiser overgelegde documenten, waaronder foto’s, medische rapporten en een affidavit, onvoldoende door verweerder betrokken.

De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte een binnenlands beschermingsalternatief aannam zonder voldoende individuele beoordeling van het risico op vervolging of ernstige schade. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen twaalf weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de opdracht aan verweerder een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.45468

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M. Sánchez Rhemrev).

Procesverloop

Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2024 de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2025 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [datum] 1979 en heeft de Kameroense nationaliteit. Hij heeft op 18 april 2023 asiel aangevraagd in Nederland.
Het asielrelaas
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij in Kameroen problemen heeft met de separatisten en de militairen. In 2016 is eiser gearresteerd door de militairen vanwege zijn aanwezigheid bij een parade ter verwelkoming van parlementslid [naam 2]. Eiser is toen gemarteld en na vier of vijf dagen vrijgelaten. In 2018 en 2020 is eiser twee dagen meegenomen door de separatisten, omdat ze hem ervan verdachten contact te hebben met de militairen. In mei of juni 2021 is eiser opnieuw gearresteerd door de militairen, omdat hij ervan verdacht werd informatie door te geven aan de separatisten. Eiser is gevangengenomen bij de Brigade Ntarikon in Bamenda. Na zes dagen heeft eiser tijdens een aanval op de brigade kunnen ontsnappen. Eiser is vervolgens in juli 2021 gevlucht uit Kameroen.
3. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas gedurende de procedure de volgende documenten overgelegd:
  • Kopie van een geldige identiteitskaart van eiser van Kameroen;
  • Foto’s van de vermoordde broer van zijn vrouw;
  • Kopie lidmaatschapskaarten van de SCNC (Southern Cameroons National Council)van 3 april 1999 en 17 maart 2003;
  • Foto’s van de arrestatie van eiser door de militairen;
  • Foto’s van eiser op een ziekenhuisbed;
  • Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 27 september 2023 over gevangenisuitbraken in Kameroen;
  • Een kopie medisch rapport van juli 2021 van
  • Een rapport van Vluchtelingenwerk Nederland van 14 juni 2024 over de positie van vermeende Engelstalige activisten en de risico’s bij terugkeer naar Kameroen;
  • Een affidavit van [naam 3] van 29 november 2024 gedaan in het bijzijn van een advocaat van de Hoge Raad in Kameroen;
  • Foto’s van een opsporingsbericht van eiser van 10 mei 2022 op een politiebureau met vertaling.
Het bestreden besluit
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. [1] Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, omdat eiser die onderbouwd heeft met een identiteitskaart. Verweerder gelooft ook dat eiser in 2018 en 2020 door de separatisten voor enkele dagen is meegenomen naar een bos, omdat ze hem ervan verdachten contact te hebben met de militairen. Ook gelooft verweerder dat eiser in 2016 door de militairen is gearresteerd. De arrestatie van eiser in 2021 door de militairen vindt verweerder niet geloofwaardig. Verweerder overweegt in dat verband dat eiser wisselend verklaart over het jaartal van de gestelde arrestatie. Ook is de aanleiding (hinderlaag op de militairen in Wyandama) van de arrestatie door de militairen onlogisch. Daarnaast is van zowel de hinderlaag als de gestelde inval op de brigade niets terug te vinden in nieuwsbronnen. Eiser verklaart daarnaast vaag en summier over het moment waarop hij kon ontsnappen. Verweerder vindt het verder onlogisch dat de advocaat foto’s heeft gemaakt van eiser tijdens zijn ziekenhuisopname. Dit geldt ook voor de foto’s van de arrestatie van eiser die door de buurman zijn gemaakt. Verweerder gelooft verder niet dat eiser lid is van de SCNC. Tot slot overweegt verweerder dat in Kameroen sprake is van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw in de provincies North-West en South-West. Eiser is afkomstig uit dit gebied. Echter verweerder neemt in het geval van eiser een binnenlands beschermingsalternatief aan, nu niet gevolgd wordt dat eiser op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade.
De beroepsgronden
5. Eiser voert daartegen aan dat verweerder ten onrechte de asielaanvraag van eiser heeft afgewezen. Verweerder werpt aan eiser tegen dat hij wisselend verklaart over het jaar dat de incidenten hebben plaatsgevonden, terwijl uit het advies van MediFirst blijkt dat hij moeite heeft met data. Verder is de gevangenisuitbraak niet terug te vinden in nieuwsbronnen, maar dat betekent niet dat deze uitbraak niet heeft plaatsgevonden. Verder houdt verweerder onvoldoende rekening met de omstandigheden waaronder de uitbraak plaatsvond, als gevolg waarvan eiser niet heeft kunnen zien wie de celdeur opende.
Tot slot werpt verweerder ten onrechte tegen dat het document van de ziekenhuisopname geen origineel document is en om die reden niet onderzocht kan worden. Ook een origineel kan niet op echtheid onderzocht worden door Bureau Documenten wegens het ontbreken van referentiemateriaal, omdat ieder ziekenhuis een andere manier van registreren heeft. Eiser heeft ter zitting nog een beroep gedaan op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 6 augustus 2025 [2] en een uitspraak van het Bundesverwaltungsgericht van de republiek Oostenrijk van 14 juli 2025. [3]
Verweerschrift
6. Verweerder handhaaft zijn standpunt dat de arrestatie van eiser door de militairen in 2021, de daaropvolgende detentie en ontsnapping ongeloofwaardig zijn. Verweerder werpt aan eiser het verschil in de jaartallen 2020 of 2021 niet langer tegen. Eiser heeft geen authentieke documenten overgelegd van de arrestatie en de detentie. Het doet verder afbreuk aan de geloofwaardigheid van het relaas van eiser dat zowel van de hinderlaag op de militairen als de gevangenisuitbraak geen nieuwsberichten zijn gevonden. Aan het medisch certificaat komt verder weinig bewijswaarde toe omdat een dergelijk document niet kan onderbouwen wat de oorzaak van de verwondingen is. Aan de overige documenten komt volgens verweerder ook weinig bewijswaarde toe.
De rechtbank oordeelt als volgt.
7. Verweerder heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het asielrelaas van eiser over de gebeurtenissen in 2021 ongeloofwaardig is. De rechtbank stelt in dat verband allereerst vast dat verweerder de tegenwerping over het jaar waarin de gebeurtenissen zouden hebben plaatsgevonden, heeft laten vallen. De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn standpunt dat het gegeven dat er geen nieuwsberichten zijn te vinden van de hinderlaag op de militairen in de buurt van Wyandama en de aanval op de brigade, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen. Uit de door eiser overgelegde informatie van Vluchtelingenwerk Nederland, maar ook de door verweerder zelf geraadpleegde informatie, blijkt dat dergelijke aanvallen zoals in het geval van eiser regelmatig voorkomen. In dit licht is het voorstelbaar dat niet elke aanval in nieuwsberichten is terug te vinden. Eiser heeft verder uitleg gegeven over de wijze waarop hij heeft kunnen ontsnappen uit de gevangenis. De rechtbank is het met eiser eens dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden waaronder eiser naar verluidt is ontsnapt uit de gevangenis. Eiser verklaart daarover dat zij met zestien mensen in een cel verbleven. Bij de aanval werd er gedurende vijf à zes minuten geschoten voordat de celdeur geopend werd. Op dat moment lag iedereen plat op de grond waarna iedereen vervolgens naar buiten kroop. Hij verklaart ook dat hij tijgerde over de grond om het vuurgevecht buiten te ontwijken. Verweerder heeft nagelaten te motiveren hoe onder deze omstandigheden van eiser verwacht kan worden dat hij weet wie de celdeur heeft geopend. Voormelde verklaringen van eiser komen de rechtbank bovendien authentiek voor.
8. De rechtbank acht verder van belang dat eiser ter onderbouwing van zijn asielrelaas diverse documenten heeft overgelegd. Weliswaar betreffen dit kopiedocumenten, maar uit het arrest L.H. van het Hof van Justitie van de Europese Unie [4] volgt dat elk document dat de vreemdeling ter onderbouwing van zijn asielaanvraag overlegt bij de beoordeling moet worden betrokken. Het mag de vreemdeling niet worden tegengeworpen dat aan documenten geen bewijswaarde kan worden gehecht, omdat die documenten niet op echtheid kunnen worden onderzocht. De rechtbank wijst in dit verband ook naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. [5] De rechtbank zal in de volgende overwegingen per document de motivering van verweerder beoordelen.
9. Ter onderbouwing van zijn arrestatie heeft eiser foto’s overgelegd waarop te zien is dat hij onder schot wordt gehouden met een vuurwapen door een persoon in volledig zwarte kleding met op zijn rug de letters B.I.R. en een foto waarop eiser op de grond ligt en die andere persoon boven eiser hangt. Verweerder overweegt dat aan de hand van de foto’s niet kan worden vastgesteld wie er op de foto’s staan, waar, wanneer en waarom deze foto’s zijn gemaakt. De rechtbank acht deze punten gelet op de aard van de foto’s onvoldoende gemotiveerde tegenwerpingen. Eiser heeft immers verklaard door wie hij gearresteerd is en waar zij eiser van verdachten. Verweerder werpt verder louter tegen dat het vreemd is dat de buurman deze foto’s heeft gemaakt precies op het moment dat eiser gearresteerd werd en dat de foto’s niet zijn gemaakt vanuit een smalle, veilige deuropening of raam. Ook wekken de foto’s volgens verweerder niet de indruk dat eiser over de grond werd gesleurd. Ook op dit punt heeft eiser (in de zienswijze) toegelicht dat hij niet wist dat de buurman deze foto’s had genomen, maar dat hij later heeft vernomen dat de buurman is afgekomen op het tumult van de arrestatie en dat de foto is genomen vanaf de gemeenschappelijke veranda. Daarnaast is een foto een momentopname, zodat alleen zichtbaar is dat eiser op de grond ligt en niet dat eiser over de grond gesleurd wordt. Verweerder is in het bestreden besluit niet ingegaan op deze nadere uitleg van eiser. Verweerder heeft gelet daarop onvoldoende gemotiveerd waarom de foto’s onvoldoende onderbouwing vormen voor (een deel van) eisers asielrelaas.
10. Verder heeft eiser ter onderbouwing van zijn ziekenhuisopname na de ontsnapping, foto’s overgelegd waarop te zien is dat eiser op een bed ligt en er een stethoscoop naast hem ligt. In het voornemen overweegt verweerder over deze foto’s dat het onlogisch is dat de advocaat van eiser foto’s van eiser heeft gemaakt in het ziekenhuis, terwijl de advocaat geen medische documenten van eiser heeft. In de zienswijze heeft eiser vervolgens een foto van het medisch certificaat van zijn opname overgelegd. Verweerder overweegt dat het een kopiedocument is en daarom niet kan worden onderzocht op echtheid en er daarom weinig bewijswaarde aan kan worden toegekend. Echter daarna volgt geen waardering van het certificaat. Pas bij het verweerschrift stelt verweerder zich op het standpunt dat een dergelijk document niet kan onderbouwen wat de aard van de verwondingen is. In het certificaat is bovendien opgenomen dat de oorzaak van de verwondingen “naar verluidt” het gevolg is van marteling door militairen. Hoewel de rechtbank verweerder kan volgen dat een dergelijk document naar zijn aard niet kan onderbouwen dat de verwondingen het gevolg zijn van de martelingen die eiser heeft ondervonden in de gevangenis, laat verweerder na toe te lichten in welke mate het document, in samenhang met de door eiser overgelegde foto’s van zijn ziekenhuisopname mee wegen in de beoordeling van zijn relaas. De rechtbank acht in dat verband van belang dat de datum, maar ook de verwondingen en symptomen van uitdroging zoals genoemd in het document in lijn zijn met de verklaringen van eiser over zijn arrestatie, de detentie en de aanval.
11. Eiser heeft tot slot een affidavit van [naam 3] overgelegd en foto’s van een opsporingsbericht van eiser die zijn genomen op een politiebureau. Verweerder overweegt dat beide documenten foto’s betreffen en daarom niet kunnen worden onderzocht op echtheid. Over het affidavit overweegt verweerder dat uit het stuk niet blijkt dat door de advocaat gecontroleerd is of de inhoud van de verklaring juist is. Daarnaast is niet duidelijk hoe [naam 3] aan de informatie komt waarover hij verklaart. Bovendien staat in de verklaring dat eiser vanwege zijn activiteiten voor de SCNC is gearresteerd, terwijl eiser dat niet heeft verklaard. De rechtbank overweegt daarover dat uit het affidavit, maar ook de verklaringen van eiser blijkt dat [naam 3] en eiser langdurig met elkaar bevriend zijn en hij is daarnaast politieagent. Verweerder heeft deze informatie alsmede de inhoudelijke informatie zoals vermeld in het stuk onvoldoende deugdelijk betrokken bij de beoordeling van het document. Het enkele feit dat eiser niet heeft verklaard dat zijn activiteiten voor de SCNC de reden voor zijn arrestatie waren, maakt nog niet dat aan het document in het geheel geen waarde toekomt. Daar komt bij dat verweerder het opsporingsbericht niet heeft beoordeeld, zodat reeds daarom de beoordeling onvoldoende zorgvuldig door verweerder heeft plaatsgevonden.
12. Zoals eiser ter zitting heeft betoogd, heeft verweerder onvoldoende in ogenschouw genomen dat eiser een aanzienlijk aantal documenten heeft overgelegd om zijn asielrelaas op verschillende punten te onderbouwen. Nu eiser de tegenwerpingen van verweerder over zijn verklaringen en de documenten op verschillende punten heeft weerlegd, ligt het op de weg van verweerder om zowel de verklaringen als alle door eiser overgelegde documenten in samenhang met elkaar te beoordelen. De rechtbank acht voor die beoordeling eveneens van belang dat verweerder de gestelde eerdere problemen van eiser in 2016 met de militairen geloofwaardig heeft gevonden. De verklaringen van eiser over zijn problemen met de militairen in 2021 zijn daarmee niet de enige problemen die eiser met de militairen zou hebben ondervonden.
13. De rechtbank concludeert dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer niet te vrezen heeft voor vervolging vanwege eisers gestelde problemen met de militairen in 2021. Het beroep is reeds daarom gegrond.
Lidmaatschap SCNC
14. Verweerder heeft over de door eiser overgelegde lidmaatschapskaart en mensenrechtenkaart van de SCNC van 1999 en 2000 overwogen dat het opmerkelijk is dat eiser geen recentere kaart heeft overgelegd. Uit het Thematisch Ambtsbericht Kameroen SCNC van december 2007 volgt namelijk dat lidmaatschapskaarten elk jaar vervangen moeten worden. Ook blijkt daaruit het voor iedereen zeer eenvoudig is om een dergelijke kaart te bemachtigen en dat reeds ondertekende en gestempelde kaarten in enkele steden te koop zijn. Ook verklaart eiser vaag over hoe vaak hij deelnam aan demonstraties en weet eiser niet wie op dit moment de leider van de SCNC is. Eiser heeft betoogd dat het niet voor de hand ligt dat hij dergelijke oude kaarten zou overleggen als hij de kaarten gekocht zou hebben.
15. De rechtbank volgt verweerders standpunt dat eiser geen originele en recente lidmaatschapskaart van de SCNC heeft overgelegd en met de wel overgelegde kopie-documenten van de SCNC dit gestelde lidmaatschap niet heeft bewezen. Daarmee is nog niet gezegd dat eiser zijn gestelde activiteiten voor de SCNC niet aannemelijk heeft gemaakt, gelet op de andere overgelegde documenten, zoals onder 11 besproken. Gelet op de onder 11 gemaakte overwegingen, ligt het voor de hand dat ook de SCNC-documenten opnieuw worden beoordeeld in samenhang met het opsporingsbericht, het affidavit en de foto’s.
Binnenlands beschermingsalternatief
16. In het voornemen heeft verweerder opgenomen dat in Kameroen, in de provincies North-West en South-West sprake is van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiser is afkomstig uit dat gebied. Verweerder neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief aan in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
- de vreemdeling is afkomstig uit de provincies North-West of South-West; en
- de vrees van de vreemdeling is niet gebaseerd op de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden, maar is alleen een gevolg van de uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc.]
17. Uit artikel 3.37d van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, gelezen in samenhang met paragraaf C2/3.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat verweerder een binnenlands beschermingsalternatief mag tegenwerpen indien de vreemdeling in een deel van het land van herkomst geen vrees heeft voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin of een reëel risico loopt op ernstige schade, op een veilige wijze naar dat gebied kan reizen en redelijkerwijs van de vreemdeling kan worden verwacht dat hij zich in dat gebied vestigt.
18. Gelet op de conclusie onder punt 13 kan de beoordeling van verweerder dat voor eiser sprake is van een binnenlands vestigingsalternatief niet langer standhouden. Immers verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd in het bestreden besluit dat eiser niet op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging, dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade, bij terugkeer naar Nigeria.

Conclusie en gevolgen

19. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. [6] De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
20. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor twaalf weken.
21. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 24 oktober 2024;
- draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een
nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze
uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.I425 2313192-1/7E uitspraak te raadplegen via www.vluchtweb.nl.
4.Van 10 juni 2021, C-921/19, ECLI:EU:C:2021:478, punt 24.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2809.
6.Algemene wet bestuursrecht.