ECLI:NL:RBDHA:2025:23799

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
11808671 RL EXPL 25-13608
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling van subsidie op basis van de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokverwarming onder bewoners van een appartementencomplex

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een huurder en de Stichting 'De Goede Woning'. De huurder, die sinds februari 1994 een woning huurt van De Goede Woning, vorderde een bedrag van € 382,20, dat volgens hem ten onrechte was verrekend met de stook- en servicekosten. De zaak draait om de vraag hoe de subsidie, toegekend op grond van de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokverwarming (TTB), onder de bewoners van het appartementencomplex moet worden verdeeld. De huurder stelde dat de volledige subsidie aan hem moest worden uitgekeerd, terwijl De Goede Woning betoogde dat de subsidie naar rato van het verbruik onder de bewoners moest worden verdeeld. De kantonrechter oordeelde dat De Goede Woning de subsidie op de juiste wijze had verrekend en dat de vordering van de huurder werd afgewezen. De betalingsverplichting van de huurder voor de stook- en servicekosten werd vastgesteld op € 952,26, en hij werd veroordeeld in de proceskosten van € 205,00.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
NAV/bc
Zaak-/rolnr.: 11808671 RL EXPL 25-13608
18 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eisende partij] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
procederend in persoon,
tegen
STICHTING "DE GOEDE WONING",
statutair gevestigd te Zoetermeer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: De Goede Woning,
gemachtigde: mr. M. van den Oord (VBTM Advocaten).

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- de dagvaarding van 27 juni 2025, met producties (nummers 1 tot en met 4);
- de conclusie van antwoord, met producties (nummers 1 tot en met 7);
- de op 13 november 2025 toegezonden nadere toelichting van [eisende partij] .
1.2.
Op dinsdag 25 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen: [eisende partij] in persoon, en dhr. [naam] namens De Goede Woning, bijgestaan door mr. G. Geneugelijk. Van het verhandelde op de zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] huurt vanaf februari 1994 van De Goede Woning de woning aan het [adres] te [plaats] .
2.2.
De woning maakt onderdeel uit van een groot appartementencomplex met ruim 200 woningen. Alle woningen in het complex hebben een individuele aansluiting voor de elektra.
Voor de verwarming hebben die woningen een aansluiting op de blokverwarmingsinstallatie, die de woningen met een gasgestookte ketel voorziet van warm tapwater. De kosten daarvan brengt De Goede Woning via de servicekosten bij haar huurders in rekening.
2.3.
Tussen 1 april 2023 en 31 oktober 2023 konden contracthouders (vaak verhuurders of verenigingen van eigenaren) van een blokaansluiting subsidie aanvragen op grond van de Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen (TTB). Deze subsidie is voor huishoudens met een blokaansluiting om hen te helpen met de hoge energiekosten. Door een vereniging van eigenaren van het complex – waarvan De Goede Woning van rechtswege lid is – is die subsidie aangevraagd en verkregen. Voor de wooneenheid van [eisende partij] is een forfaitair bedrag van € 1.063,21 toegekend.
2.4.
Op 28 augustus 2024 heeft De Goede Woning aan [eisende partij] de afrekening stook- en servicekosten over het jaar 2023 toegezonden. De toegekende subsidie is naar rato van het verbruik van [eisende partij] in mindering gebracht op de stook- en servicekosten die zij aan De Goede Woning verschuldigd is.
2.5.
Rond 12 december 2024 heeft [eisende partij] de Huurcommissie gevraagd om de afrekening stook- en servicekosten over het jaar 2023 te beoordelen.
2.6.
De voorzitter van de Huurcommissie heeft op 9 mei 2025 uitspraak gedaan, waarin hij de aan het verzoek ten grondslag liggende bezwaren kennelijk ongegrond heeft verklaard en de betalingsverplichting van [eisende partij] heeft vastgesteld op € 952,26.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, De Goede Woning zal veroordelen om aan [eisende partij] te betalen het totaalbedrag van € 382,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 332,35 vanaf 1 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling, en verder De Goede Woning zal veroordelen in de kosten van deze procedure en de wettelijke rente over die kosten.
3.2.
[eisende partij] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.
In de afrekening stook- en servicekosten over het jaar 2023 heeft De Goede Woning in strijd met de bepalingen en met de doelstelling van de TTB de voor haar wooneenheid toegekende subsidie (€ 1.063,21) naar rato van het daadwerkelijke verbruik in mindering gebracht op de door haar verschuldigde stookkosten. Dat heeft geresulteerd in verlaging van de stookkosten met € 730,86. Dat is € 332,35 te weinig. De Huurcommissie heeft dit in haar uitspraak van 9 mei 2025 ten onrechte niet hersteld. De Goede Woning moet daarom alsnog een bedrag van € 332,35 aan haar betalen. Daarnaast moet De Goede Woning de buitengerechtelijke kosten van € 49,85 betalen en de wettelijke rente vanaf 1 september 2024.
3.3.
De Goede Woning concludeert [eisende partij] niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans haar die te ontzeggen, met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure. Verder verzoekt De Goede Woning de kantonrechter om:
i. de betalingsverplichting van [eisende partij] voor (de afrekening van) de stook-
en servicekosten over het jaar 2023 vast te stellen op € 952,26, en
te bepalen dat De Goede Woning de TTB conform de wettelijke regeling aan Von
Franquemont heeft toegekend.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen staat ter discussie hoe de toegekende subsidie op grond van de TTB onder de bewoners van het complex moet worden verdeeld. Volgens [eisende partij] moet de voor haar wooneenheid toegekende subsidie helemaal aan haar worden uitbetaald, althans in mindering worden gebracht op de verschuldigde stookkosten. Volgens De Goede Woning
moet de in totaal voor het complex toegekende subsidie onder de bewoners worden verdeeld naar rato van hun verbruik.
4.2.
In artikel 5.1. van de TTB staat beschreven hoe de subsidie moet worden verrekend.
In de gevallen waarin alleen woningen zijn aangesloten op de betreffende blokaansluiting en het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar moet de subsidie in mindering worden gebracht op de betalingsverplichtingen voor de kosten van elektriciteit of warmte in het jaar 2023 van de bewoners waarbij:
  • de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden, en
  • wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.
Dat volgt uit artikel 5.1. lid 1 van de TTB. Als is voldaan aan de twee voorwaarden moet dus worden verrekend naar rato van het verbruik van de individuele bewoners.
4.3.
Niet in geschil is dat er alleen woningen zijn aangesloten op de blokaansluiting van het complex. Evenmin is in geschil dat het boekjaar voor de stookkosten samenloopt met het kalenderjaar; De Goede Woning brengt de stookkosten van een heel kalenderjaar in rekening in de afrekening stook- en servicekosten die betrekking heeft op dat hele kalenderjaar. Aldus is voldaan aan de twee voorwaarden om te mogen verrekenen naar rato van het verbruik van de individuele bewoners.
4.4.
Anders dan [eisende partij] stelt is het verrekenen naar rato van het verbruik niet in strijd met de doelstelling van de TTB. In de Kamerstukken over de totstandkoming van de TTB
(Kamerstukken 2022/2023, 29 023, nr. 393)staat namelijk het volgende:
“Verplichte verrekening en verdeelsleutel
In de regeling zal als voorwaarde voor de subsidieverlening worden opgenomen dat de ontvanger – de verhuurder of de vereniging van eigenaren – de ontvangen subsidie doorberekent aan de bewoners via een verlaging van de in rekening gebrachte of te brengen energiekosten (servicekosten).
Tevens zal worden voorgeschreven dat voor dit in mindering brengen van de subsidie op de betalingsverplichtingen van de bewoners wordt aangesloten bij de periodiciteit en de reguliere wijze van verdeling van de energiekosten over de bewoners. In het algemeen zal dit erop neerkomen dat de ontvangen subsidie in mindering wordt gebracht op – het bewonersdeel van – de totale energiekosten van de verhuurder vereniging van eigenaren, waarna het aldus verlaagde bedrag op reguliere wijze aan de eigenaren of bewoners in rekening wordt gebracht.”
Daaruit blijkt dat de wetgever juist de bedoeling had om de subsidie te verrekenen naar rato van het verbruik van de individuele bewoners. Dat blijkt ook uit de Nota van Toelichting bij de wijziging van de TTB, waarin het volgende staat:
“De regeling schrijft in beginsel voor dat de hoogte van de tegemoetkoming per wooneenheid bepaald dient te worden aan de hand van de wijze van verdeling van de energiekosten voor 2023 voor de wooneenheden achter de blokaansluiting. Bij veel partijen worden de energiekosten verdeeld naar rato van het verbruik. Het aandeel dat een wooneenheid heeft in de totale energiekosten van het complex, bepaalt vervolgens welk deel van de tegemoetkoming aan die wooneenheid toekomt. In gevallen waar de energiekosten naar rato van verbruik worden verdeeld, het boekjaar gelijkloopt met het kalenderjaar en er binnen het betreffende complex enkel wooneenheden aanwezig zijn, kunnen aanvragers de tegemoetkoming relatief eenvoudig verdelen.”
4.5.
De kantonrechter is, gelet op wat hiervoor is overwogen, van oordeel dat De Goede Woning terecht de in totaal voor het gehele complex toegekende subsidie onder de bewoners heeft verdeeld naar rato van hun verbruik. De Huurcommissie heeft de betalingsverplichting van [eisende partij] voor de stook- en servicekosten over het jaar 2023 dan ook, rekening houdend met de ook door haar correct bevonden wijze van verrekening van de subsidie door De Goede Woning, vastgesteld op € 952,26. Niet is gebleken dat partijen (andere) bezwaren hebben tegen de stook- en servicekosten over het jaar 2023. Daarom zal de kantonrechter de betalingsverplichting van [eisende partij] vaststellen op € 952,26. De vordering van [eisende partij] tot betaling van € 332,35 (te weten het verschil tussen de toegekende subsidie en het met de stookkosten verrekende bedrag) zal worden afgewezen. Dit geldt ook voor de vorderingen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de wettelijke rente.
4.6.
Uit de vaststelling van de betalingsverplichting van [eisende partij] volgt dat De Goede Woning de subsidie op juiste wijze heeft verrekend met [eisende partij] . Zij heeft dan ook geen (afzonderlijk) belang bij haar verzoek om te bepalen dat De Goede Woning de TTB conform de wettelijke regeling aan [eisende partij] heeft toegekend. Dat verzoek zal dan ook worden afgewezen.
4.7.
[eisende partij] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van De Goede Woning worden begroot op:
- salaris gemachtigde
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
205,00

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van [eisende partij] af;
5.2.
stelt de betalingsverplichting van [eisende partij] voor de stook- en servicekosten over het jaar 2023 vast op een bedrag van € 952,26;
5.3.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 205,00, te betalen binnen veertien dagen na de aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. van der Burg, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2025.