ECLI:NL:RBDHA:2025:23811

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL24.12382
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 69 Vreemdelingenwet 2000Richtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen beëindiging tijdelijke bescherming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin aan hem werd meegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2022 is geëindigd en een terugkeerbesluit is uitgevaardigd. De beroepstermijn bedroeg vier weken, waarbinnen het beroep uiterlijk op 6 maart 2024 had moeten worden ingediend. Het beroepschrift werd echter pas op 20 maart 2024 ontvangen, waardoor het te laat was.

De rechtbank overwoog dat de termijnoverschrijding alleen kan worden genegeerd als eiser niet in verzuim is, bijvoorbeeld door fouten van een professionele rechtshulpverlener. In dit geval was eiser tijdens de beroepstermijn bijgestaan door een gemachtigde, waardoor diens handelen aan eiser wordt toegerekend. Bovendien was eiser in het bestreden besluit duidelijk gewezen op de beroepstermijn van vier weken.

De stelling van de gemachtigde dat de rechtspraak over terugkeerbesluiten onduidelijk was, bood geen grond om het verzuim te vergoelijken. Het bestreden besluit was helder over de rechtsgevolgen en de termijn waarbinnen beroep kon worden ingesteld. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.12382

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat het recht van eiser op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke bescherming) per 4 maart 2022 van rechtswege eindigt en heeft verweerder tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. In dit geval bedraagt de beroepstermijn vier weken. [1] Dit betekent dat eiser uiterlijk 6 maart 2024 het beroep had moeten instellen. Het beroepschrift is ingediend op 20 maart 2024 en dus te laat.
2. Hieraan kan voorbij worden gegaan als in alle redelijkheid niet kan worden gezegd dat eiser ‘in verzuim’ is. Dit wil zeggen dat de termijnoverschrijding hem niet wordt aangerekend. Van belang is dat eiser tijdens de beroepstermijn werd bijgestaan door een professionele rechtshulpverlener. Dan geldt als uitgangspunt dat het handelen van de rechtshulpverlener wordt beschouwd als het handelen van eiser zelf.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval niet gebleken dat de overschrijding van de beroepstermijn eiser niet moet worden aangerekend. Zo is - anders dan eisers gemachtigde stelt – eiser in het bestreden besluit wél gewezen op de termijn van vier weken voor het instellen van beroep. [2] Eisers gemachtigde heeft daarnaast aangevoerd dat de rechtspraak over het uitvaardigen van een terugkeerbesluit onduidelijk was op het moment van het bestreden besluit, maar dat betekent evenmin dat eiser niet in verzuim is. Het bestreden besluit is namelijk wél duidelijk over de daaruit volgende rechtsgevolgen en over de termijn waarbinnen de rechter kan worden gevraagd om een oordeel hierover.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 8 december 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Bestreden besluit, pagina 2.