ECLI:NL:RBDHA:2025:23811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen beëindiging tijdelijke bescherming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin aan hem werd meegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2022 is geëindigd en een terugkeerbesluit is uitgevaardigd. De beroepstermijn bedroeg vier weken, waarbinnen het beroep uiterlijk op 6 maart 2024 had moeten worden ingediend. Het beroepschrift werd echter pas op 20 maart 2024 ontvangen, waardoor het te laat was.
De rechtbank overwoog dat de termijnoverschrijding alleen kan worden genegeerd als eiser niet in verzuim is, bijvoorbeeld door fouten van een professionele rechtshulpverlener. In dit geval was eiser tijdens de beroepstermijn bijgestaan door een gemachtigde, waardoor diens handelen aan eiser wordt toegerekend. Bovendien was eiser in het bestreden besluit duidelijk gewezen op de beroepstermijn van vier weken.
De stelling van de gemachtigde dat de rechtspraak over terugkeerbesluiten onduidelijk was, bood geen grond om het verzuim te vergoelijken. Het bestreden besluit was helder over de rechtsgevolgen en de termijn waarbinnen beroep kon worden ingesteld. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.