ECLI:NL:RBDHA:2025:23813

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL24.17911
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarbij het recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2022 werd beëindigd en een terugkeerbesluit werd uitgevaardigd. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat nu de rechtbank op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het beëindigen van tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17911

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke bescherming) per 4 maart 2022 van rechtswege eindigt en heeft verweerder tegen verzoeker een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Verzoeker heeft beroep (NL25.12382) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat er op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.12382, heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 december 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.