ECLI:NL:RBDHA:2025:23816

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL25.30730
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag van 16 juli 2025 werd afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 14 augustus 2025 met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. Namens eiser is schriftelijk gereageerd dat het laatste contact telefonisch op 31 juli 2025 was en dat verdere pogingen tot contact via telefoon, e-mail en WhatsApp niet werden beantwoord.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming. Dit geldt ook hier, aangezien eiser geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde en geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 12 december 2025 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30730

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] , verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 16 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Namens eiser is hier desgevraagd schriftelijk op gereageerd.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Het beroep tegen het bestreden besluit dateert van 10 juli 2025. Op 21 augustus 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 14 augustus 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde heeft in haar reactie medegedeeld dat het laatste contact telefonisch heeft plaatsgevonden op 31 juli 2025. Telefoontjes zijn niet beantwoord en op mails naar eiser wordt niet gereageerd. Ook heeft zij meerdere WhatsApp-berichten gestuurd, maar deze worden door eiser niet ontvangen.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [2] blijkt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Deze situatie doet zich, gelet op het hiervoor weergegeven bericht van de gemachtigde van eiser, niet voor. Daarom heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 12 december 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.