Eiser, een Albanese nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om verwijdering van zijn gegevens uit het Schengen Informatie Systeem (SIS). Dit verzoek werd door verweerder afgewezen in een besluit van 13 september 2023 en bevestigd in het besluit van 19 maart 2024. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat eiser procesbelang had bij het beroep omdat verwijdering van de SIS-signalering materieel voordeel kan opleveren, zoals het voorkomen van toegangsdwang tot het Schengengebied. De rechtbank stelde vast dat verweerder de noodzaak van verdere bewaring van de gegevens na vijf jaar had getoetst conform de Verordening (EU) 2018/1861.
Echter, de rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte niet had getoetst aan het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, wat een motiveringsgebrek opleverde. Dit leidde tot vernietiging van het besluit. Desondanks bleef de rechtbank bij het standpunt dat geen grond bestaat voor opheffing van de signalering, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.