In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 15 december 2025, wordt de afwijzing van de aanvraag van eiser tot verwijdering van zijn gegevens uit het Schengen Informatie Systeem (SIS) behandeld. Eiser, een Albanese nationaliteit, had eerder een aanvraag ingediend om zijn gegevens uit het SIS te laten verwijderen, maar deze aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht was, omdat eiser niet voldeed aan de opheffingsvoorwaarden van de Vreemdelingenwet. De rechtbank legt uit dat de noodzaak van verdere bewaring van de gegevens in het SIS niet is getoetst aan het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, wat een tekortkoming in de motivering van het besluit van de minister oplevert. Ondanks dat het beroep gegrond wordt verklaard, blijft de handhaving van de SIS-signalering in stand, omdat eiser niet heeft aangetoond dat er bijzondere omstandigheden zijn die tot verwijdering van de signalering zouden moeten leiden. De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.