ECLI:NL:RVS:2022:3363
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang bij identiteitsbewijs type W2
De vreemdeling had een aanvraag gedaan voor een identiteitsbewijs type W2, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 september 2019 werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit tot afwijzing, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep verleende de staatssecretaris op 17 juni 2022 aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden. De vreemdeling handhaafde zijn hoger beroep, maar de Afdeling oordeelde dat hij hierdoor geen actueel en reëel belang meer had bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, aangezien de verblijfsvergunning hem dezelfde identificatiemogelijkheden biedt als het W2-identiteitsbewijs.
De Afdeling overwoog dat het belang bij een inhoudelijke beoordeling vervalt indien het doel van het rechtsmiddel reeds is bereikt. De wens tot een principiële uitspraak over vermeende schendingen van de goede procesorde was onvoldoende om het hoger beroep alsnog inhoudelijk te behandelen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen belang na verlening van een verblijfsvergunning.