Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 juni 2025, met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord, met drie producties;
- het tussenvonnis van 3 september 2025 waarin een datum voor een mondelinge behandeling is bepaald;
- het door [gedaagde] als nadere productie overgelegde arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 september 2025;
- de door [eiseres] nader overgelegde productie 4.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
nietmeer aandringt op executie. Uit het arrest van het gerechtshof Amsterdam valt niet af te leiden dat sprake is van een concrete instructie van [gedaagde] aan het adres van Rabobank om de woning te veilen, zoals [eiseres] heeft verondersteld, nog daargelaten de vraag of Rabobank zich aan een dergelijke instructie iets gelegen zou laten.
oneigenlijke druk heeft uitgeoefend”, zoals [eiseres] heeft gesteld en [gedaagde] heeft betwist, terwijl duidelijk is dat handhaving door [gedaagde] van het beslag op het aandeel van [naam] in de woning geen misbruik van recht oplevert, wordt niet toegekomen aan de vraag of deze beweerdelijke handelingen van [gedaagde] onrechtmatig zijn jegens [eiseres].