Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) heeft een kort geding aangespannen tegen een voormalige asielzoeker die op sociale media honderden berichten plaatste met daarin persoonlijke gegevens en ernstige beschuldigingen aan het adres van individuele COA-medewerkers. De berichten bevatten onder meer beschuldigingen van racisme, discriminatie, moord en werden vergezeld van foto's van medewerkers, waarbij ook grove verwensingen werden geuit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitingen onrechtmatig zijn omdat zij een ernstige inbreuk maken op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de medewerkers, die geen publieke figuren zijn. Hoewel de vrijheid van meningsuiting van gedaagde wordt erkend, weegt het recht op bescherming van de eer en goede naam van de medewerkers zwaarder in dit geval.
De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om de berichten te verwijderen en verwijderd te houden, verbiedt hem vergelijkbare uitingen te doen, legt een dwangsom op en veroordeelt hem in de proceskosten. Een eerder overeengekomen vaststellingsovereenkomst kwam niet tot stand doordat de advocaat van gedaagde zich onttrok. De zaak is inhoudelijk behandeld met tolk en advocaat aanwezig.
De uitspraak benadrukt dat het COA gerechtigd is op te komen voor de belangen van haar medewerkers en dat het gebruik van persoonsgegevens en grove beschuldigingen zonder toestemming onrechtmatig is. De rechter wijst het verzoek van een derde partij tot heropening van de zaak af vanwege het spoedeisende karakter van de kortgedingprocedure.