ECLI:NL:RBDHA:2025:24080
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft op 6 juni 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft eerder een besluit van de minister vernietigd wegens onvoldoende motivering, waarna de minister opnieuw besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelt dat de minister de opdracht van de rechtbank heeft opgevolgd door nader onderzoek te doen naar de relatie van eiseres met haar partner. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen duurzame relatie bestond in het land van herkomst, zoals vereist onder artikel 2 van Pro de Dublinverordening. Eiseres heeft ook geen beroep gedaan op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De minister heeft terecht geconcludeerd dat er geen reden is om af te wijken van de verantwoordelijkheid van Kroatië. Ook bijzondere omstandigheden zoals de zwangerschap van eiseres en het samen reizen met haar partner rechtvaardigen geen inhoudelijke behandeling in Nederland. De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijke behandeling van de zaken van eiseres en haar partner af omdat het om verschillende procedures gaat.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres mag worden overgedragen aan Kroatië. Zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.