ECLI:NL:RBDHA:2025:24124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 26 november 2025 een maatregel van bewaring op aan eiseres op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 9 december 2025 via een videoverbinding.
Eiseres voerde aan dat de ophouding op een onjuiste wettelijke grondslag was gebaseerd, omdat haar identiteit en verblijfstatus bekend waren. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht handelde op basis van het feit dat eiseres ten tijde van de ophouding geen identiteitsbewijs kon tonen, conform het proces-verbaal van de ophouding.
Daarnaast stelde eiseres dat de bewaring onevenredig bezwarend was vanwege haar rol als moeder van een jong kind. De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind, mede gezien het toezicht op het kind en het feit dat eiseres zich niet aan de omgangsregeling hield. De rechtbank vond de bewaring daarom niet onevenredig bezwarend.
Ten slotte concludeerde de rechtbank bij ambtshalve toetsing dat de maatregel rechtmatig was genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.