ECLI:NL:RBDHA:2025:24148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, een Pakistaanse katholiek, diende op 28 oktober 2023 een asielaanvraag in na bedreigingen en mishandeling vanwege zijn geloof. Hij stelde dat hij vanwege discriminatie, een fatwa en een gewelddadig incident op zijn werk vreest voor vervolging.
De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij hij twijfels had over de geloofwaardigheid van het werkincident, de onderbouwing van werkzaamheden, het Facebookaccount en de fatwa. Eiser voerde tegen dat deze twijfels onterecht waren en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de kern van het asielrelaas terecht ongeloofwaardig achtte en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn werkzaamheden en het Facebookcontact. Hoewel de rechtbank enkele motiveringsgebreken constateerde, waren deze niet doorslaggevend. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees tevens op het ontbreken van een vertaling en origineel bewijs van de fatwa en concludeerde dat eiser geen voordeel van de twijfel toekomt. De uitspraak werd gedaan door rechter E.P.W. van de Ven en griffier J.M.T. Zoon op 12 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.