ECLI:NL:RBDHA:2025:24158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghanistan naar Nederland onder Tolkenregeling
Eiser verzocht om overbrenging van Afghanistan naar Nederland op grond van de Tolkenregeling, stellende dat hij in 2008-2009 als tolk voor de Nederlandse missie in Uruzgan heeft gewerkt. Na eerdere overbrenging in 2023 trok hij zijn asielaanvraag in en keerde vrijwillig terug naar Afghanistan. De minister wees het verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de criteria van de Tolkenregeling en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als tolk werkzaam was geweest.
Eiser betoogde dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel in de weg staan aan afwijzing op basis van dezelfde documenten als in 2023, en dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom nu tot een andere conclusie wordt gekomen. Hij voerde aan dat de registratie in het missiearchief onvoldoende sluitend is en dat getuigen verklaringen hebben afgelegd die zijn werkzaamheden ondersteunen.
De rechtbank overwoog dat de Tolkenregeling een buitenwettelijk begunstigend beleid is met een ruime beoordelingsvrijheid voor het bestuursorgaan. De regeling is bedoeld om mensen die gevaar lopen vanwege hun werkzaamheden voor de Nederlandse missie te beschermen, maar niet om terugkeer naar Afghanistan te faciliteren en daarna opnieuw overbrenging te verlenen.
De rechtbank vond dat de minister terecht het verzoek mocht afwijzen omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij als tolk heeft gewerkt, mede vanwege sterke aanwijzingen van vervalsing van documenten en foto's. De verklaringen van getuigen waren onvoldoende overtuigend om dit te weerleggen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een andere uitkomst rechtvaardigden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging onder de Tolkenregeling wordt ongegrond verklaard.