Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. Eiser voerde aan dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer vanwege detentie, gebrek aan opvang en push-backs, en dat de minister het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser een hoge drempel moet nemen om aan te tonen dat Kroatië structureel tekortschiet. De aangevoerde informatie over push-backs en opvangvoorzieningen voldeed niet aan deze zware bewijsstandaard. De rechtbank volgde de eerdere beoordeling van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die geen gedocumenteerde gevallen van push-backs kende en de opvangvoorzieningen in Kroatië als voldoende beoordeelde.
Ook het beroep op het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel faalde, omdat de minister voldoende op de bezwaren is ingegaan en het gebruik van standaardoverwegingen niet onjuist is. Daarnaast was er geen aanleiding om op grond van bijzondere omstandigheden het verzoek aan Nederland toe te wijzen. De rechtbank verklaarde het beroep dan ook ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.