In deze zaak heeft eiseres, een Chinese nationaliteit, op 29 augustus 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 16 juli 2025 afgewezen, met als reden dat de asielmotieven niet geloofwaardig zijn. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 14 oktober 2025 heeft de rechtbank de zaak behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister en een tolk. Eiseres heeft aangevoerd dat zij China heeft verlaten vanwege vervolging door haar actieve deelname aan de Kerk van de Almachtige God (CAG) en dat haar bekering niet geloofd wordt door de minister. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister in zijn besluit nieuwe gronden heeft aangevoerd die niet eerder in het voornemen zijn vermeld, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelt dat de minister een nieuw voornemen had moeten uitbrengen, omdat de beoordeling van de asielmotieven wezenlijk is gewijzigd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Eiseres krijgt een vergoeding van haar proceskosten.