Eiseres, een Chinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vervolging in China wegens haar bekering tot en actieve deelname aan de Kerk van de Almachtige God (CAG). Na een eerdere afwijzing in het voornemen, waarin haar bekering niet als ongeloofwaardig werd beschouwd, wees de minister haar aanvraag af in het bestreden besluit door pas daarin te stellen dat haar bekering niet geloofwaardig was.
De rechtbank oordeelt dat de minister hiermee in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van hoor en wederhoor, omdat een wezenlijk andere beoordeling pas in het bestreden besluit werd gepresenteerd zonder dat eiseres hierop kon reageren. Volgens vaste jurisprudentie had de minister een nieuw voornemen moeten uitbrengen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de procedurele fouten worden hersteld. Tevens krijgt eiseres een proceskostenvergoeding toegekend. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer vanwege het gegrond verklaren van het beroep op procedurele gronden.