ECLI:NL:RBDHA:2025:2422
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij WIA-uitkeringsgeschil
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering, omdat zij volgens het besluit van 16 december 2024 meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen. Ze stelt dat zij door haar medische situatie niet kan werken en dat haar WW-uitkering per 14 januari 2025 eindigt, waardoor zij geen inkomsten meer heeft en een spoedeisend belang bestaat.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat omdat achteraf het geschilbedrag kan worden terugbetaald, tenzij sprake is van een onomkeerbare situatie zoals faillissement of acute financiële nood. Verzoekster heeft een bijstandsuitkering aangevraagd, maar de gemeente heeft een beslistermijn van acht weken. Zij heeft niet voldoende onderbouwd dat zij in deze periode in een onomkeerbare financiële situatie komt.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van een acute financiële noodsituatie. De verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is niet vergelijkbaar, omdat daar ook een bijstandsaanvraag was afgewezen. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Verzoekster hoeft wegens betalingsonmacht het griffierecht niet te betalen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.