In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie, omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had eerder bepaald dat de minister binnen acht weken na de uitspraak van 4 juli 2025 moest beslissen. Eiseres heeft echter geen beslissing ontvangen binnen deze termijn, wat aanleiding gaf tot het indienen van beroep. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister niet binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank heeft de minister een termijn van zes weken gegeven om alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Tevens is er een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. Eiseres heeft recht op een vergoeding van de proceskosten, die door de minister moet worden betaald. De rechtbank heeft dit bedrag vastgesteld op € 453,50, rekening houdend met de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener.
De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman en is openbaar gemaakt op 3 december 2025. De rechtbank heeft de minister opgeroepen om binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, en heeft de gevolgen van het niet naleven van deze termijn duidelijk uiteengezet.