Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
Methods for treatment of Parkinson’s disease”. EP 296 is verleend op 1 juli 2009 op een aanvrage daartoe van 8 april 2004, daarbij de prioriteit inroepend van 11 april 2004 op basis van US 462205 P en is op 8 april 2024 geëxpireerd na het bereiken van de wettelijke maximale duur.
‘N-phenylalkyl substituted alfa-amino carboxamide derivatives and process for their preparation’. Dit octrooi is in 2010 door het verstrijken van de wettelijke beschermingsduur verlopen. Er is op basis van de in EP 495 beschreven uitvinding geen geneesmiddel ontwikkeld of goedgekeurd.
Lauertaxewas opgenomen, heeft de Duitse advocaat van Newron c.s. Vivanta bij brief van 12 september 2025 aangeschreven en geïnformeerd over haar octrooirechten (EP 2 474 521 (hierna: EP 521), EP 2 029 524 en EP 2 229 351). In dit verband is erop gewezen dat in de tegen EP 521 ingestelde nietigheidsprocedure het Bundespatentgericht het Duitse deel van dat octrooi bij wijze van
preliminary opinionvan 19 februari 2024 geldig had bevonden, terwijl het Landgericht München bij beslissing van 17 juni 2025 een derde generieke fabrikant van safinamide
ex parteheeft verboden inbreuk te maken op conclusies 1 en 3 van EP 521. Daarnaast heeft de Duitse advocaat gewezen op het bij het Bundespatentgericht aanhangige appel tegen de weigering door het DPMA van de verlening van een ABC voor safinamide in Duitsland.
3.Het geschil
Pharmaceutisch Weekbladte plaatsen dat voldoet aan de vereisten die in par. 91 van de dagvaarding werden uiteengezet;
4.De beoordeling van het geschil
Teva/Gilead-arrestontwikkelde tweestappentoets een algemene strekking heeft en een eerste en een tweede “onderzoeksstap” kent en dat aan beide stappen dient te zijn voldaan wil een product worden beschermd door een basisoctrooi in de zin van artikel 3 onder Pro a) (zie met name r.o. 58-67). [9] In de eerste onderzoeksstap moet het product, uit het oogpunt van de vakpersoon en in het licht van de beschrijving en de tekeningen van het basisoctrooi, noodzakelijkerwijs vallen onder de uitvinding waarvoor dat octrooi geldt. In het kader van de tweede onderzoeksstap moet dit product ook hetzij uitdrukkelijk worden vermeld in de conclusies van dat octrooi hetzij specifiek kunnen worden geïdentificeerd, in welk laatste geval de vakpersoon in staat moet zijn om dat product specifiek te identificeren in het licht van alle door dat octrooi bekendgemaakte gegevens, op basis van de stand van de techniek op de datum van indiening of de datum van voorrang van het basisoctrooi (r.o. 60
Teva/MSD en MSD/Clonmelonder verwijzing naar r.o. 52
Teva/Gilead).
add-ontherapie voor levodopa/PDI:
Swiss type-claim [12] . Naar vaste rechtspraak worden dergelijke tweede medische indicatieconclusies uitgelegd als een conclusie die een tweede of verdere medische
toepassing(een gebruik) van een bekend geneesmiddel (het
medicament) beschermt. [13] In een dergelijke conclusie staat dan ook zowel het geneesmiddel als de wijze waarop dat gebruikt dient te worden volgens de uitvinding (medische toepassing). Naar voorlopig oordeel claimt conclusie 1 aldus
geen samenstellingwaarin zowel safinamide als levodopa/PDI zijn opgenomen, maar een behandeling waarbij safinamide als werkzame stof als aanvulling op een al (gedurende geruime tijd) bestaande behandeling met levodopa/PDI dient te worden gebruikt. De uitvinding ziet immers op het toedienen van safinamide (stof A) (als
add-on– vgl. de therapeutische indicatie in de SmPC, 2.11.) waardoor de werking van levodopa/PDI (stof B) wordt verbeterd, om te voorzien in het probleem dat de werking van levodopa/PDI (op receptor-niveau) verminderd bij patiënten die dit middel al 5 tot 7 jaar gebruiken. Mede gelet op de beschrijving in het octrooi, dat alleen maar gaat over het (therapeutisch synergetische) gebruik van safinamide bij de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD), waarbij een formulering die safinamide als enige werkzame stof bevat wordt toegediend aan een patiënt die tevens (een stabiele dosis) levodopa gebruikt. De focus op dit specifieke gebruik van safinamide blijkt ook duidelijk uit het feit dat safinamide de enige verbinding is die in de beschrijving van het octrooi uitvoerig wordt beschreven. Het onderdeel
“detailed description of the invention”(vgl. 2.5.) bestaat bijvoorbeeld uit meerdere paragrafen ([0023 t/m [0045]) waarin de chemische formule en de werkingsmechanismen van safinamide uitvoerig worden besproken. Het octrooi openbaart ook alleen doseringsvoorschriften voor het gebruik van het geneesmiddel safinamide
(“0,5 tot 1, 2, 3, 4 of 5 mg/kg/dag”)en bevat geen enkele verwijzing naar de doseringen van levodopa/PDI (zie bijvoorbeeld paragrafen [0009], [0015], [0021], [0022], [0048], [0059] t/m [0062]). Het octrooi bevat geen informatie van deze specificiteit over levodopa of andere geneesmiddelen tegen Parkinson. Ten slotte verwijzen ook alle uitvoeringsvoorbeelden naar studies die gericht zijn op het onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van safinamide in bepaalde gebruikscontexten waarin patiënten reeds werden behandeld met levodopa/PDI (zie paragrafen [0102] t/m [0128]). Uit het vorenstaande volgt tevens dat voldaan is aan de tweede onderzoeksstap omdat safinamide uitdrukkelijk wordt vermeld in conclusie 1 van EP 296 en bovendien door de vakpersoon, in het licht van alle door dat octrooi bekendgemaakte gegevens, op basis van de stand van de techniek op de datum van indiening of de datum van voorrang van het basisoctrooi, specifiek kan worden geïdentificeerd.
‘mismatch’is geen sprake. Het gaat steeds om het gebruik van safinamide als werkzame stof (‘product’) als toevoeging aan (
add-onbehandeling van
)een stabiele dosis levodopa alleen of in combinatie met andere geneesmiddelen voor de ziekte van Parkinson (PD) die fluctueren tussen het midden- en late stadium. In zowel conclusie 1 van het octrooi als de handelsvergunning (waarvan – anders dan Vivanta betoogt – de SmPC als annex I bij die vergunning onderdeel uitmaakt – vgl. artikel 46 lid 2 Geneesmiddelen Pro-wet) is duidelijk dat dit safinamide product bestemd is voor gebruik in een combinatie-therapie als aanvulling op levodopa/PDI, de andere, niet in EP 296 geclaimde genees-middelen, waarmee de groep patiënten voor wie het geneesmiddel safinamide bedoeld is, al worden behandeld.
Santen [14] aan deze uitleg van conclusie 1 van EP 296 in de weg staat, dient het te worden verworpen. Het is weliswaar juist, zoals Vivanta heeft aangevoerd, dat met dat arrest (gewezen door de Grote kamer van het Hof van Justitie) de in het arrest
Neurim [15] gebezigde leer is achterhaald dat een ABC ook kan worden verkregen voor een nieuwe therapeutische toepassing van een werkzame stof waarvoor reeds een handelsvergunning is afgegeven die ouder is dan de handelsvergunning waarop de aanvraag voor dat ABC is gebaseerd. Echter, en dat is bijzonder aan en van belangrijk gewicht in deze zaak, heeft het Hof van Justitie in datzelfde arrest (in rechtsoverweging 58) evenzeer overwogen dat aan de voorwaarden van artikel 3, gelet op de doelstellingen van de ABC-Vo, met name punt 12 van de toelichting, waaruit volgt dat de verordening niet beperkt is tot nieuwe producten, aangezien een nieuwe werkwijze voor de verkrijging van een product of een nieuwe toepassing van een product ook door een ABC kan worden beschermd [16] , met name kan worden voldaan wanneer de aan de ABC-aanvraag ten grondslag liggende handelsvergunning betrekking heeft op een product dat reeds vóór de afgifte van het basisoctrooi bekend was, maar waarvoor nooit een handelsvergunning als geneesmiddel is afgegeven. Daarvan is hier sprake. Safinamide was al bekend voor de afgifte van EP 296 (de verbinding werd immers geclaimd in een eerder octrooi, vgl. 2.6.) terwijl daarvoor nooit eerder een handelsvergunning als geneesmiddel noch een certificaat is afgegeven.
Pharmaceutisch Weekbladte plaatsen en een rectificatiebrief naar haar afnemers te sturen voldoende spoedeisend en weegt haar belang bij toewijzing daarvan ook zwaarder dan dat van Vivanta, nu deze bevelen ertoe strekken de markt te informeren / misverstanden om de markt weg te nemen en zodoende de (dreigende) inbreuk te beëindigen of te voorkomen. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding om Vivanta daarnaast ook te bevelen een rectificatie op haar website te plaatsen, zodat zij deze vordering zal afwijzen.
5.De beslissing
Pharmaceutisch Weekbladte plaatsen: