Uitspraak
voorheen genaamd Schering Corporation,
thans gevestigd te White Station,
New Jersey, Verenigde Staten van Amerika,
gevestigd te Haarlem,
gevestigd te Haarlem,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
behalve genotype 1(…)
behalve genotype 1(…).
niet eerder behandelende patiënten
herhaalde behandeling
gedurende een volgende periode van zes maanden (d.w.z. in totaal één jaar)bij patiënten die na zes maanden behandeling een negatieve HCV-RNA hebben vertoond.
‘Novartis/Sun’(zaaknr. 200.150.713/01; IEF 14599; BIE 2015, nr. 15, p. 79).
(rov. 6.5).
In aanmerking ook nemende dat met name de figuur van indirecte octrooi-inbreuk in wezen een invulling vormt van het algemene leerstuk van de onrechtmatige daad in situaties als de onderhavige (“Patentgefährdung”), is er geen ruimte om over de onrechtmatige daad-vordering anders te oordelen dan over de octrooi-inbreuk-vorderingen (rov. 7.3). Het aanbod van MSD om te bewijzen dat artsen en apothekers door het voorschrijven van Teva’s ribavirine en/of patiënten door het gebruik daarvan de uitvinding van EP 861 toepassen, is in het licht van het hiervoor overwogene niet ter zake dienend en wordt op die grond gepasseerd (rov. 7.4).
De uitspraak heeft geen terugwerkende kracht, zodat eerdere Swiss-type claims, waaronder het onderhavige EP 861, hun effect behouden.
carve-outin de SmPC en bijsluiter van het generieke geneesmiddel, is in het algemeen niet toereikend om directe inbreuk uit te sluiten. (Vgl. HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:692, NJ 2017/296, rov. 3.5.2).
voortbrengselconclusie aan een octrooi te verbinden (art. 54 lid 5 EOV Pro, in de ROW 1995 opgenomen als art. 4 lid Pro 6) – bij welke herziening is beoogd niet te breken met de in de rechtspraak ontwikkelde octrooieerbaarheid van stoffen of mengsels door middel van een Swiss-type claim (zie GKB 19 februari 2010, G 0002/08, punt 5.10.1-4 en de daarin aangehaalde Preparatory Documents MR/18/00 en MR/24/00) – rechtvaardigt de door art. 1 van Pro het Protocol voorgeschreven redelijke bescherming van de octrooihouder te aanvaarden dat op een Swiss-type claim indirecte inbreuk kan worden gemaakt op dezelfde voet als op een claim volgens het huidige art. 54 lid 5 EOV Pro. In dezelfde zin is geoordeeld door het Bundesgerichtshof (BGH 14 juni 2016, nr. X ZR 29/15, GRUR 2016/921 (Eli Lilly/Actavis), rov. 83-85). De mogelijkheid van indirecte inbreuk op een Swiss-type claim is eveneens erkend door het Supreme Court van het Verenigd Koninkrijk (UKSC 12 juli 2017, nr. [2017] UKSC 48 (Actavis/Eli Lilly), rov. 103-112).
4.Beslissing
3 november 2017.