ECLI:NL:RBDHA:2025:24293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 3 februari 2025, waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Tevens werd een signalering voor tien jaar opgelegd.
Tijdens de procedure meldde de minister dat eiser op 11 februari 2025 met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank vroeg de gemachtigde van eiser om nadere informatie over het vertrek en het verblijf van eiser. De gemachtigde gaf aan dat eiser de opvang had verlaten wegens overbevolking en onrust, en dat eiser bij vrienden verbleef. Tijdens de zitting bleek dat eiser inmiddels in Engeland verblijft, maar het is onduidelijk sinds wanneer en waarom.
De rechtbank oordeelde dat er geen recent contact was tussen eiser en zijn gemachtigde over deze procedure sinds december 2024 en dat er geen concrete aanwijzingen waren dat eiser nog belang hecht aan de procedure. Gezien het ontbreken van procesbelang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.