Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging tegen door het college van burgemeester en wethouders van Westland vastgestelde maatwerkvoorschriften voor de afscherming van assimilatiebelichting bij drie rozentelers tot 1 mei 2026.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval waarin het stellen van maatwerkvoorschriften mogelijk is, omdat de rozentelers de best beschikbare technieken toepassen maar nog niet kunnen voldoen aan de standaardafschermingspercentages zonder kwaliteitsverlies van de rozen. Het college mocht zich baseren op rapporten van Glastuinbouw Nederland en andere onderzoeken.
Het betoog van eiseres dat de maatwerkvoorschriften schadelijke milieueffecten voor fauna en omwonenden veroorzaken, strandt op het relativiteitsvereiste en onvoldoende onderbouwing. De rechtbank stelt dat het college de milieugevolgen voldoende heeft onderzocht en gewogen.
De termijn van vijf jaar voor het maatwerk is redelijk geacht, mede gezien de technische ontwikkelingen en monitoringvoorschriften. Het verzoek van eiseres om te bepalen dat na 1 mei 2026 geen maatwerk meer wordt verleend, wordt niet toegewezen omdat dit buiten de bestreden besluiten valt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en het griffierecht niet wordt teruggegeven.