ECLI:NL:RBDHA:2025:24315
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvragen Iraanse afvalligen wegens onvoldoende beleids- en motiveringsonderzoek
Eisers, afkomstig uit Iran, vroegen asiel aan nadat zij in Nederland verbleven bij hun dochter en melding maakten van een inval door de Iraanse veiligheidsdienst in hun woning. Verweerder wees de aanvragen af omdat hij de inval niet geloofde en vond dat eisers onvoldoende bewijs hadden geleverd. De rechtbank oordeelt dat verweerder wel mocht twijfelen aan de inval, maar dat hij het eigen beleid over afvalligheid (IB 2023/35) niet heeft toegepast en onvoldoende heeft onderzocht of eisers in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank constateert dat verweerder het MediFirst advies niet heeft afgewacht, wat een zorgvuldigheidsgebrek is, maar passeert dit gebrek omdat eisers niet in hun belangen zijn geschaad. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van de hoge leeftijd van eisers en de rolverdeling in hun communicatie, waardoor verschillen in verklaringen niet redelijk tegen hen kunnen worden gebruikt.
De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht hoe eisers hun afvalligheid bij terugkeer zouden uiten en de risico's die dit met zich meebrengt, terwijl dit volgens het beleid wel had moeten gebeuren. Ook had verweerder moeten toetsen aan artikel 8 EVRM Pro vanwege de afhankelijkheid van eisers van hun in Nederland woonachtige dochter. Ten slotte was de afwijzing als kennelijk ongegrond onterecht omdat de asielaanvragen werden ingediend terwijl de Schengenvisa nog geldig waren.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten, draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen binnen zes weken en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen binnen zes weken.