Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
4.De bewijsbeslissing
betrouwbaarzijn.
steunbewijs). Volgens de Hoge Raad hoeven niet alle handelingen waarvan de verdachte beschuldigd wordt, ondersteund te worden door ander bewijs. De verklaring van de aangeefster moet wel op concrete, wezenlijke punten worden ondersteund door bewijs uit een andere bron dan de aangeefster zelf. Ook mag het steunbewijs niet in een te ver verwijderd verband staan tot wat moet worden bewezen.
‘disclosures’plaatsgevonden door aangeefster voor de start van haar therapieën, zoals die aan [naam 3] rond 2004, aan de toenmalige vriend van aangeefster, [naam 4] , en het gezinsgesprek in 2008/2009. De rechtbank vindt het feit dat de aangeefster niet meer alle details van het misbruik kan terughalen en dat zij op punten niet helemaal consistent verklaart, gelet op het aanzienlijke tijdsverloop, geen aanwijzing dat haar verklaringen als onbetrouwbaar aangemerkt zouden moeten worden. In de kern zijn haar verklaringen wel consistent, namelijk dat zij gedurende een lange periode is misbruikt door de verdachte, [naam 1] en [naam 2] en dat het hier voornamelijk ging over gedwongen pijpen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaringen van aangeefster in de kern betrouwbaar zijn.
disclosures’), op verschillende momenten hebben plaatsgevonden en tussen familieleden en betrokkenen onderwerp van gesprek zijn geweest. Verschillende getuigen verklaren over die gesprekken en over gebeurtenissen of incidenten die aanleiding zouden hebben gegeven tot die gesprekken.