Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [land], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
enig momentbinnen de periode 1 januari 2021 tot 21 juni 2021 stonden ingeschreven op het adres en dat mogelijk sprake kan zijn van valse inschrijvingen, volgt de rechtbank niet. De rechtbank ziet in wat eiser – zonder onderbouwing – aanvoert geen aanleiding om aan de toelichting door verweerder op het stuk te twijfelen, of om verweerder op te dragen het door eiser gewenste Brp-stuk te overleggen. Het doel van de Wet BRP [9] is dat de in de Brp vermelde gegevens zo betrouwbaar en duidelijk mogelijk zijn. Gebruikers ervan moeten erop kunnen vertrouwen dat deze in beginsel juist zijn. [10] Dat uit de Brp volgt dat er van 1 januari 2021 tot 21 juni 2021 vier personen op het adres stonden ingeschreven, maakt het onaannemelijk dat eiser de woning al vóór 1 juni 2021 als onzelfstandig woonruimte verhuurde aan slechts drie personen. Eiser heeft niet met stukken onderbouwd dat het aantal feitelijke bewoners voorafgaand aan 1 juni 2021 anders was. Daarbij heeft eiser ook voor de periode ná 1 juni 2021 – tot 18 februari 2023 – niet aannemelijk gemaakt dat de woonruimte steeds aan drie personen werd verhuurd.