ECLI:NL:RBDHA:2025:24423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiser is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in het kader van de grensbewaking. Zijn asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en hij kreeg een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen, maar mag de uitkomst van het beroep in Nederland afwachten.
Eiser betoogt dat de maatregel onrechtmatig is omdat hij rechtmatig verblijf zou hebben zolang het beroep loopt en dat de duur van de bewaring (meer dan dertien weken) in strijd is met jurisprudentie. Ook stelt hij dat er geen onttrekkingsrisico is en dat een lichter middel volstaat.
De rechtbank oordeelt dat eiser nog steeds als verzoeker wordt aangemerkt en dat de maatregel terecht is opgelegd en voortgezet. De termijn van dertien weken wordt niet overschreden, aangezien het beroep op 13 januari 2026 wordt behandeld. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.