ECLI:NL:RBDHA:2025:24500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, die door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Uit een brief van de minister bleek dat eiser op 13 november 2025 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer met hem krijgen. Gezien deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, concludeerde de rechtbank dat eiser niet langer prijs stelde op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming.
Daarom ontbrak het aan procesbelang voor een inhoudelijke behandeling van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 17 december 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.