ECLI:NL:RBDHA:2025:24542
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd in zaak stopzetting verstrekkingen COA
Verzoekster, aan wie een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, verzet zich tegen de stopzetting van verstrekkingen door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), waaronder opvang. Verweerder beëindigde de verstrekkingen nadat verzoekster passende huisvesting buiten de opvang weigerde, vanwege een scheiding in verband met huiselijk geweld. Verzoekster bleef in de opvang, waarna een ontruimingsprocedure werd gestart.
De voorzieningenrechter overweegt dat de beëindiging van verstrekkingen een gevolg is dat van rechtswege intreedt bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning en het realiseren van passende huisvesting. De mededeling van verweerder is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar slechts een mededeling van een intredend rechtsgevolg. Ook de ontruimingsprocedure heeft een civielrechtelijk karakter en is geen bestuursrechtelijke handeling.
Verzoekster beroept zich op eerdere jurisprudentie, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat die niet vergelijkbaar is omdat in die zaken het recht op opvang niet van rechtswege eindigde. Gezien deze overwegingen verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om op het verzoek om voorlopige voorziening te beslissen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek om voorlopige voorziening tegen de stopzetting van verstrekkingen door het COA.