ECLI:NL:RBDHA:2025:24548
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek homoseksuele Ugandese asielzoeker wegens ongeloofwaardigheid en misleiding
Eiser, een Ugandese nationaliteit dragende homoseksuele man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vervolging in Uganda. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid werd opgepakt en mishandeld, en vreest terugkeer.
Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit geloofwaardig, maar verwierp eisers homoseksualiteit en het asielrelaas als ongeloofwaardig. Tevens stelde verweerder dat eiser misleiding pleegde door het verwijderen van visa uit zijn paspoort, waardoor de aanvraag kennelijk ongegrond kon worden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep als kennelijk ongegrond kon afwijzen vanwege misleiding en onvoldoende geloofwaardigheid. De rechtbank vond de geloofwaardigheidsbeoordeling niet in strijd met Unierecht en concludeerde dat verweerder voldoende gemotiveerd had waarom de verklaringen van eiser niet betrouwbaar waren.
De rechtbank wees het beroep af en liet het bestreden besluit in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.