ECLI:NL:RBDHA:2025:24557
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 14 augustus 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurde voort en de minister stelde de rechtbank hiervan in kennis, wat gelijkstaat aan een beroep van eiser tegen het voortduren van de bewaring.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld in een uitspraak van 25 september 2025 en concludeerde toen dat de bewaring rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 24 september 2025. De beoordeling in deze zaak richtte zich daarom op het voortduren van de maatregel na die datum.
Eiser reageerde niet op de voortgangsrapportage en diende geen beroepsgronden in. De rechtbank onderzocht ambtshalve de voortgang van een medisch advies (BMA-advies) dat was aangevraagd vanwege indicaties van een mogelijke licht verstandelijke beperking en het syndroom van Down bij eiser. De minister handelde volgens de rechtbank voldoende voortvarend in het verzamelen van informatie en het aanvragen van het advies.
De rechtbank vond geen grond om te oordelen dat de maatregel onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.