Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en voorlopige voorziening ex 223 Rv
beschikkingop het op 29 augustus 2025 ingekomen verzoek in de voorlopige voorzieningenprocedure van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift met producties;
- het F9-formulier van 3 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift met producties.
- het verzoekschrift met producties;
- het bericht, met een aanvullende productie, van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift met producties.
- de advocaat van de moeder;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
- Hoe ziet de gezinssituatie van [minderjarige 1] er op dit moment uit en zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige 1] bij de moeder en/of de vader?
- Welke mogelijkheden zijn er voor een zorgregeling van [minderjarige 1] met de moeder?
- Zijn er belemmeringen voor het vaststellen van een zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de moeder?
- Hoe zou een zorgregeling (vorm, opbouw en frequentie) er in het belang van [minderjarige 1] uit moeten zien?
- Is hulpverlening voor de vader en/of de moeder noodzakelijk om het ouderschap samen verder vorm te geven? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Is hulpverlening voor [minderjarige 1] aangewezen? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
voorlopigezorgregeling bepalen dat, zodra de benodigde hulpverlening beschikbaar is, zal worden gestart met begeleid contact tussen [minderjarige 1] en de moeder voor de duur van één uur per twee weken. Dat voorlopige contact kan in onderling overleg – en eventueel onder begeleiding van de Raad – worden uitgebreid. Daarbij merkt de rechtbank op dat het van belang is dat er bestendigheid zit in de nakoming van de zorgregeling, zodat [minderjarige 1] niet opnieuw wordt geconfronteerd met een contactbreuk. In afwachting van het raadsonderzoek zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling pro forma aanhouden.
Beslissing
voorlopigeens per twee weken voor de duur van één uur contact zal hebben met de moeder, onder begeleiding van een professionele instantie, welk contact de ouders in onderling overleg en eventueel onder begeleiding van de Raad kunnen uitbreiden;
15 juni 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
ten aanzien van de verdeling van zorg- en opvoedingstakenaan;
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 november 2025.