In deze zaak heeft de werkneemster, die van 1 januari 2019 tot 1 februari 2025 bij de Nationale Ombudsman werkzaam was, een verzoek ingediend om betaling van een resterende transitievergoeding en niet-opgenomen vakantiedagen. De werkneemster was sinds 7 maart 2022 ziek en ontving een WIA-uitkering met terugwerkende kracht tot 24 februari 2024. Na de beëindiging van haar dienstverband op de b-grond, heeft de werkgever de door haar ontvangen AAOP-uitkering in mindering gebracht op de eindafrekening, wat de werkneemster betwistte. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de processtukken en de mondelinge behandeling op 12 juni 2025. De werkneemster heeft verzocht om betaling van de resterende transitievergoeding van € 19.290,17, het resterende salaris van € 2.178,11, en de waarde van 86 niet-opgenomen verlofuren van € 3.925,04. De Nationale Ombudsman heeft verweer gevoerd en stelde dat de AAOP-uitkering terecht in mindering was gebracht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de Nationale Ombudsman ten onrechte een bedrag van € 2.178,11 teveel in mindering heeft gebracht en heeft dit bedrag toegewezen, evenals de vergoeding voor de niet-opgenomen vakantiedagen. De Nationale Ombudsman is ook veroordeeld tot het verstrekken van een aanvullende salarisspecificatie. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij beide partijen hun eigen kosten dragen.