Werkneemster was van 2019 tot 2025 in dienst bij de Nationale Ombudsman en werd arbeidsongeschikt verklaard met een WIA-uitkering vanaf februari 2024. Na beëindiging van het dienstverband op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid ontstond discussie over de verrekening van de AAOP-uitkering en de eindafrekening.
De werkneemster stelde dat de AAOP-uitkering niet in mindering mocht worden gebracht op haar transitievergoeding en loon, en dat zij recht had op betaling van 86 niet-uitbetaalde verlofuren. De werkgever verweerde zich met verwijzing naar de CAO Rijk en stelde dat de verrekening conform de cao-regels was uitgevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat de verrekening van de AAOP-uitkering terecht was en wees de vordering daartoe af. Wel werd geoordeeld dat de werkgever te veel WIA had verrekend en dat een bedrag van € 2.178,11 bruto aan de werkneemster toekwam. Daarnaast werd het resterende vakantietegoed van 86 uur, ter waarde van € 3.924,04 bruto, toegewezen omdat de werkgever onvoldoende had voldaan aan haar zorg- en informatieplicht omtrent het verval van vakantiedagen.
De werkgever werd tevens veroordeeld tot het verstrekken van aanvullende salarisspecificaties. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.